Hoewel meerdere musici belangrijke en soms essentiële bijdragen aan de jazz hebben geleverd, kan van Louis Armstrong zonder enige twijfel worden gesteld dat hij een van de werkelijke pijlers is geweest. Zonder hem zou de jazz een heel andere ontwikkeling hebben doorgemaakt en misschien ook nooit tot zo'n grote bloei zijn gekomen. Net als die andere belangrijke pionier - Jelly 'Roll' Morton - heeft Armstrong uit alle toen bestaande muzikale ingrediënten als het ware een geheel nieuwe muziekvorm met een herkenbare structuur geschapen.
Hij begon zijn leven in de sloppen van New Orleans, opgevoed door zijn moeder. Als kind zong hij in een groepje dat op straat wat geld probeerde op te halen en ook speelde hij op tienjarige leeftijd al een beetje cornet. Zijn leven nam een wending ten goede doordat hij na een schietincident op oudejaarsavond in 1912 in een opvoedingsinrichting werd opgenomen, waar hij serieus leerde spelen in de schoolband. En toen zijn idool Joe 'King' Oliver in 1919 naar Chicago vertrok beval deze hem aan om zijn plaats in het orkest van Kid Ory in te nemen.
Intussen speelde hij ook al in het toen befaamde orkest van Fate Marable dat optrad in de drijvende danszalen van de grote raderboten die tussen New Orleans en St. Louis heen en weer voerden. Zijn speelvaardigheid nam daardoor sterk toe en toen King Oliver hem in 1922 vroeg om ook naar Chicago te komen, speelde hij al beter dan zijn grote voorbeeld, al deed hij zijn best dat niet te laten blijken. Hier ontstond zijn bijnaam 'Satchmo' - afgeleid van het niet erg complimenteuse Satchelmouth - en hier ook ontmoette hij zijn toekomstige (tweede) echtgenote, Lil Hardin...
Lil was een uitstekend pianiste en bovendien een intelligente vrouw met een goed commerciëel inzicht, die hem in 1924 overreedde zijn plaats als tweede cornettist bij Oliver op te geven voor een aanstelling als trompettist bij het orkest van Fletcher Henderson in New York. Hoewel hij er slechts acht maanden speelde was zijn invloed op zijn medespelers - waaronder tenorsaxofonist Coleman Hawkins - zeer groot. Maar ook op de arrangementen van Henderson en Don Redman, die ineens een rol zagen weggelegd voor min of meer virtuose solo's.
Armstrong keerde terug naar Chicago, waar hij in 1927 en 1928 de opzienbarende formaties Hot Five en Hot Seven formeerde. Aanvankelijk met zijn echtgenote op piano, maar vanaf 1928 met pianovirtuoos Earl Hines, die zich als een bijna evengroot jazzgenie ontpopte als Armstrong zelf. En toen was er op 28 juni ineens 'West End Blues', waar nu, bijna 80 jaar later, nog steeds in superlatieven over wordt gesproken. Op de website van het Smithsonian Institute is deze prachtige uitvoering, samen met enkele andere, te beluisteren.
De samenvatting van het Smithsonian besluit met de song die Armstrong misschien nog het meest na aan het hart lag, het ontroerende 'What a Wonderful World'... Het tekent zijn levenshouding die vooral positief wilde zijn en die hem op de nodige kritiek van zijn jazzfans kwam te staan. In hun ogen liet Louis 'Pops' Armstrong zich voor allerlei karretjes spannen die niets met jazz hadden te maken. Hetgeen trouwens wel enigszins waar was, want zo was hij onder andere - met zeer veel inzet - jarenlang een min of meer officiële goodwill ambassadeur voor de US.
Op zich nogal ironisch wanneer je bedenkt dat toen hij in 1937 als inmiddels gevierde musicus zijn geboortestad New Orleans bezocht de radioverslaggever halverwege afbrak met zoiets als '... ik kan die verdomde nikker niet aankondigen...'. Het moet hem veel pijn hebben gedaan en mogelijk dat zijn voortdurende grappen en grollen een soort afweer waren tegen het toen vrijwel altijd aanwezige racisme. Het resultaat was echter dat Louis als muzikant en als mens vrienden over de hele wereld wist te maken en hij vooral ontelbare kinderen iets stralends voorhield.
In de dertiger en veertiger jaren tourde Armstrong de hele wereld over met orkesten in wisselende samenstellingen - waarmee hij met groot succes ook in ons land optrad. In 1935 werd Joe Glaser zijn manager en deze zou tot aan zijn dood zijn zaken voortreffelijk beheren. Dat gaf Armstrong de armslag om zich helemaal met zijn muziek bezig te houden, Daarbij trad hij vooral op als 'front man' en liet hij de organisatie en alle administratieve rompslomp van zijn orkesten over aan kundige bandleiders als Chick Webb, Les Hite en Louis Russell.
Het nogal hardnekkige idee dat Louis Armstrong in de periode van de swingbands nauwelijks meer een rol speelde is volstrekt bezijden de werkelijkheid. Om te beginnen was hij de belangrijkste pionier van het 'format' van de swingband uit de dertiger jaren. Zonder dit evenwel als een keurslijf te beschouwen - en zo trad hij niet alleen op als een briljante solo-trompettist, maar eveneens als zanger en showman bij zijn orkesten. Die bovendien een kraamkamer bleken voor jonge talenten als Lionel Hampton, Teddy Wilson en tenorist Bud Johnson.
Het einde van de Tweede Wereldoorlog markeerde tevens een verandering in de muzikale smaak en ook het swing-concept begon vermoeidheidsverschijnselen te vertonen. Ook al daarom formeerde Armstrong in 1947 een kleinere groep - zijn All Stars - die overigens ook in wisselende samenstelling opereerde en waarmee hij tot zijn dood in 1971 met groot succes over de hele wereld optrad. En waarmee hij opnieuw de harten van zoveel mensen raakte met zijn directe en meeslepende muziek en zijn warme persoonlijkheid.
Hij bleef ondanks alle commerciële en politieke druk zijn eigen principes trouw... Tijdens een zeer succesvolle tournee door Afrika, waarbij landen als Congo. Oeganda, Kenia, Rodesië, Liberia en Mali werden aangedaan weigerde hij in Zuid-Afrika voor een gesegregeerd publiek op te treden. Drie jaar eerder weigerde hij een door het State Department gearrangeerde tour door de Sovjet Unie uit protest tegen het beleid van zijn eigen regering inzake de scholen in Arkansas. Hij was verre van de 'Uncle Tom' waar sommigen hem voor uitmaakten.
De duizenden 'one night' concerten die Louis Armstrong schijnbaar onvermoeibaar steeds weer neerzette, de ontelbare studiosessies, een optreden in zo'n 50(!) films en de omvangrijke wereldtournees moesten tenslotte wel hun tol eisen. En dat grote hart van hem vond het na 69 jaar kennelijk welletjes geweest. Zijn begrafenis werd een indrukwekkende gebeurtenis waarbij natuurlijk alle nog levenden groten uit de jazz aanwezig waren, zoals Benny Goodman, Duke Ellington, Ella Fitzgerald, Peggy Lee, Gene Krupa, Jonah Jones en heel veel anderen.
Ook officiële personen zoals gouverneur Nelson Rockefeller, New York's burgemeester John Lindsay, de burgemeester van New Orleans en een vertegenwoordiger van president Nixon. Zijn weduwe Lucille - waarmee hij 29 jaar getrouwd was geweest - legde ten afscheid zijn befaamde witte zakdoek in zijn handen. Zij werd daarbij vergezeld door Lillian Hardin, Armstrong's vroegere echtgenote, die ondanks een scheiding van 40 jaar nog steeds van hem hield. Zijzelf zou twee maanden later tijdens een herdenkingsconcert eveneens aan een hartstilstand overlijden...
Louis Armstrong was een echte en fundamentele pionier op tal van terreinen. Zonder hem zou de jazz waarschijnlijk een heel andere vorm hebben gekregen en daarmee zeker ook de afleidingen daarvan, zoals rhythm & blues, rock & roll en zelfs veel van de tegenwoordige popmuziek. Van zijn 'West End Blues' via 'Hello Dolly' tot 'What a Wonderful World'... luister ernaar en wordt een beter mens!... Dat klinkt misschien overdreven, maar op deze manier kan ik zijn bijzondere status nog het beste uitdrukken...
Henk de BoerEen goede Armstrong discografie
Ken Burns Jazz over Armstrong
Vermelding in Wikipedia
Over Armstrong's Hot Five (met samples)
Het Smithsonian Institute over Armstrong
Sterk muzikaal profiel
Alle albums van Louis Armstrong
Jazzinstitut Darmstadt over Armstrong