Saxofoon  Boekbespreking  
 

Michael Segell, The Devil's Horn

Vrijwel elk muziekinstrument bezit een kenmerkende weerbarstigheid die soms intimiderend groot kan zijn of bedriegelijk bescheiden. De saxofoon omvat daarnaast echter ook iets van een mysterie dat in zekere zin blijkt te groeien naarmate je je er meer in verdiept. Zeker in de historie - van de uitvinder tot de verschillende fabrikanten en van de meer traditionele bespelers tot de werkelijk bezetenen. Want vooral van die laatsten zijn er heel wat geweest. Met om te beginnen natuurlijk de heer Sax zelf, wiens leven nog de meeste overeenkomst vertoonde van de klassieke Sisyphus-figuur die een zware steen tegen een berghelling trachtte op te rollen.

Het leven van Adolphe Sax hing immers van groteske rampen aan elkaar. Als kind overleefde hij ternauwernood vergiftigingen, verbrandingen en een explosie. Terwijl hij na zijn verhuizing van Dinant naar Parijs - en met name na zijn patentaanvraag op de saxofoon - een golf van regelrechte haat over zich heen kreeg. Zowel van zijn ziekelijk jaloerse mede-muziekinstrumentmakers als van klassieke muzikanten die - ondanks de lof van belangrijke componisten - weigerden op zijn duivelse instrument te spelen. Er werden aanslagen op zijn leven gepleegd en in zijn atelier/fabriek werd brand gesticht. Terwijl hij zijn hele verdere leven verwikkeld bleef in verstikkende juridische processen.

Omdat hijzelf aanvankelijk de enige saxofoonleraar was betekende het feit dat uitgerekend hij kanker kreeg aan zijn lip een bijna niet te nemen obstakel voor de verspreiding van zijn bijzondere instrument. Gelukkig genas hij na enkele jaren op een miraculeuze wijze en vond de saxofoon via de Franse (militaire) orkesten ook z'n weg naar de Verenigde Staten, het land van marskoning John Philip Sousa - en tevens het land waar de jazz ontstond... Ergens daar tussenin vervulde de virtuoze Rudy Wiedoeft een niet onbelangrijke rol bij het populariseren van de saxofoon - in dit geval vooral C-melody en alt. En op concertpodia demonstreerde hij op spectaculaire wijze de oneindige mogelijkheden...

De schrijver van het boek 'The Devil's Horn' nu vangt als het ware een spirituele zoektocht aan naar het wezen van het uitzonderlijke geesteskind van Adolphe Sax. Een 'queeste' als naar de heilige graal, met alle vervoeringen en duistere kanten van dien. Verteld echter in een sobere maar warme schrijfstijl met tussen de bedrijven door een heleboel feiten over de saxofoon zoals die naar boven komen in gesprekken met bespelers, reparateurs en natuurlijk bevlogenen zoals hijzelf. Die zijn eerste diepgaande ervaring kreeg toen een vriend hem een Mark VI om de hals hing en hem leerde hoe hij zijn vingers moest zetten en zijn embouchure gebruiken.

Zijn tweede, haast orgastische, ervaring vindt plaats wanneer hij er serieus op uitgaat om een eigen instrument te kopen en hij na enkele oude SML's, een Conn M10 en een Martin, een Selmer Super Balanced Action uit 1949 aan zijn mond zet. Als in een droom schrijft hij vervolgens een cheque uit en sluipt met zijn nieuw verworven aanwinst naar huis als ware het een geheime geliefde. Om vervolgens te ontdekken dat er nog heel wat bij komt kijken om daar ook een goed huwelijk van te maken... Door het boek heen wordt verslag gedaan van zijn persoonlijke strubbelingen met mondstukken en rieten, met tonaliteit en niet te vergeten familie en buren...

Boeiend zijn de ontmoetingen met bekende saxofonisten, zoals Branford Marsalis, Jimmy Heath, Benny Carter, Phil Woods en Sonny Rollins, maar zeker ook met degenen 'die erbij waren'. Zoals jazzhistoricus Gunther Schuler en producer George Aviakan, die de mooie anekdote vertelt hoe hij Coleman Hawkins eens vertelde dat hij genoot van zijn opnames bij de Henderson band. Waarop Hawkins hem een beetje ongelovig aanstaarde en zei 'You really listen to that shit?'. Zeer informatief zijn ook de gesprekken met saxofoonfreaks die het hele huis vol hebben liggen met instrumenten en tienduizenden platen en die letterlijk alles weten over de history van de Amerikaanse bouwers en over mondstukken.

Dat zijn dus de positief gegrepenen, maar die duivelse saxofoon blijkt ook mensen negatief te raken, zoals filmkeurders die menig saxofoonsolo uit een rolprent verbanden omdat deze te expliciet met sex in verband werd gebracht. Ook wordt een verhaal verteld over een saxofonist in het Chicago van de drooglegging, die na een ballad werd opgewacht door een maffioso die dreigde hem de benen te breken wanneer hij nog een keer met zijn liefje zou rotzooien. De muzikant wist van niets en had de hele vrouw niet eens opgemerkt... Diezelfde suggestieve kracht werd overigens ook als staatsondermijnend neergezet in dictaturen als Hitler-Duitsland en de Sovjet-Unie en haar satellieten *.

Om het samen te vatten... dit is het boek dat ik zelf geschreven zou willen hebben over al die uiteenlopende aspecten van dit fascinerende instrument. Over de betovering ervan zowel als over de woedende afwijzingen, over de gestage groei vanaf de Sousaband naar de vele jazzorkesten, de schoolorkesten zowel als het klassieke concertpodium, dat werd gespleten door de uiteenlopende opvattingen van de Deense/Duitse Sigurd Rasscher en de Franse Marcel Mule. Over verbeteraars zoals de bezeten (ook al weer) Belg Francois Louis met zijn Aulochrome - een soort siamese tweeling van twee sopraansaxen die een deel van de buis gemeenschappelijk hebben en waarop eindelijk polyfoon gespeeld kan worden.

Henk de Boer

 

* Dichter bij huis was het trouwens de Amsterdamse burgemeester De Vlugt die in 1936 het ontslag verordonneerde van Surinamers in de hoofstedelijke horeca. Dit naar aanleiding van het rapport van hoofdcommissaris Versteeg, lid van de 'regeringscommissie inzake het dansvraagstuk', die de optredende muzikanten kwalificeerde als 'menschapen' - '... te walgelijk om aan te zien'. Steen des aanstoots waren ook hier vooral populaire saxofonisten als Kid Dynamite en Max Woiski. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken kon zich er helemaal in vinden en raadde burgemeesters van andere grote steden aan het voorbeeld van hun Amsterdamse ambtsgenoot te volgen.