Muziek maken   
 

Onze digitale wereld: audio, midi en mp3

Zo'n vijftien tot twintig jaar geleden begon een ontwikkeling op gang te komen die onze wereld nog steeds ingrijpend aan het veranderen is: de digitalisering. Dat leverde ons onder andere het Internet op en digitale fotografie, video en... muziek. Nu is het wel zo dat onze oren daarmee niet zijn veranderd en deze zijn nog steeds gewoon analoog. Subtiele luchtdrukverschillen worden hier door ons trommelvlies gesignaleerd en via een organisch microfoonsysteem vertaald naar electrische stroompjes die een overeenkomstig geluidsbeeld in de hersenen tot stand brengen.

Ook bij de geluidsopwekking is er trouwens nog veel analoogs te bespeuren, van saxofoon tot trompet en van fluit tot drums. Het feit dat we er soms een microfoontje aanhangen verandert daar niets aan, want ook dit werkt op analoge wijze. Het is vooral het tussentraject dat zich in toenemende mate in de digitale wereld afspeelt. En het impact hiervan wordt met name veroorzaakt door het gemak waarmee een digitaal signaal kan worden gemanipuleerd. Daarnaast kan een digitaal signaal op eenvoudige wijze worden gekopieerd en getransporteerd zonder dat dit aan kwaliteit inboet.

Sampling

Wat precies maakt die digitale verwerking zo krachtig? Om die vraag te kunnen beantwoorden dienen we een kort uitstapje te maken naar de geluidstheorie. Het oorspronkelijke analoge geluid kunnen we ons voorstellen als een meer of minder complexe combinatie van golfbewegingen die zich in de tijd voortplanten. Door per heel korte tijdseenheid telkens de waarde van die golf te meten (bemonsteren of 'samplen') krijgen we de beschikking over een immense hoeveelheid getallen. En voor het verwerken van getallen roepen we uiteraard de computer te hulp.

Dat kan in de vorm van het bekende kastje met beeldscherm, maar een verkleinde versie ervan bevindt zich eveneens in een 'gewone' audio cd-speler. Het punt is nu dat we van alles met die getallen kunnen uithalen, zaken waarvan geluidstechnici zo'n 20 jaar terug niet eens konden dromen. Natuurgetrouwe effecten als galm, echo en vibrato en bijvoorbeeld ook het befaamde Leslie-effect bij Hammondorgels, zijn nu digitaal te realiseren. En binnen bepaalde grenzen kunnen toonhoogte, klankkleur en tempo worden veranderd. En we kunnen die digitale muziek aansturen door middel van Midi.

Midi

Midi, dat de afkorting is van Musical Instruments Digital Interface, is een communicatie-protocol dat al in 1983 werd vastgelegd. Het is in feite een serie afspraken die het mogelijk maakt dat verschillende Midi-instrumenten (zoals keyboards, synthesizers, drumcomputers, sequencers en zelfs een midi-saxofoon) met elkaar communiceren. De mogelijkheden voor musici werden hierdoor in één klap sterk uitgebreid, temeer daar ook de computer zich als midi-instrument kan gedragen en een flink aandeel kan hebben in aansturing, opslag en manipulatie, maar ook in bijvoorbeeld muzieknotatie.

Midi is zelf nadrukkelijk geen digitale muziekvorm, maar een manier om digitale muziek aan te sturen. Het is als het ware noot-informatie, zoals ook een partituur of het gaatjesboek van een orgel dat is. Het hele midi-gebeuren is te complex om hier in een paar woorden uit te leggen, maar er bestaan goede boeken over en de HCC Muziek-gg houdt er regelmatig lezingen over. Ook geeft men een cd uit met als titel 'Midi voor absolute beginners' en 'Harddiskrecording voor absolute beginners'. Deze cd is via de site te bestellen en tevens tijdens de landelijke muziekdagen van de gebruikersgroep te koop.

MP3

Mp3 daarentegen is wel degelijk digitale muziek, maar dan in een sterk gecomprimeerde vorm. Het blijkt sterk verbonden met het Internet, omdat de daar beschikbare bandbreedte noopt tot een zo klein mogelijk bestand. In feite echter is het formaat afkomstig uit de digitale video-wereld en is het een spinoff van het gecomprimeerde video mpeg-formaat. Het is dan ook officieel bekend als 'MPEG1, Layer 3'. Het heeft inmiddels een revolutie en een complete oorlog veroorzaakt in de muziekwereld omdat hiermee zowel de distributie als het kopiëren de gevestigde orde op zijn kop zette.

Met mp3 kan een muziekstuk tot ongeveer een twaalfde van zijn oorspronkelijke omvang worden teruggebracht zonder dat een onaanvaardbaar kwaliteitsverlies wordt geleden. Dit opzienbarende resultaat wordt bereikt doordat een heleboel minder relevante geluidsinformatie in feite kan worden weggegooid. Het principe ervan berust vooral op het simpele feit dat je geen muis kunt horen trippelen wanneer er tegelijk een olifant voorbijkomt. Ofwel: als de tuba speelt hoor je geen fluit... Een zeker nadeel is wel dat je om zo'n mp3-stuk te kunnen beluisteren het eerst zult moeten uitpakken.

Dit uitpakken zal meestal ook door de computer plaatsvinden, met behulp van een stukje software, waarvan WinAmp inmiddels het bekendst is geworden. Distributie van mp3-bestanden kan voor een groot deel via het Internet plaatsvinden omdat de sterke compressie de omvang tot een aanvaardbaar niveau heeft teruggebracht. Wat door de muziekdistributeurs daarbij vooral wordt verafschuwd is de perfecte kopieerbaarheid en de wereldwijde verspreiding van muziekstukken waarover geen of onvoldoende dupicatierechten werden betaald, maar dat is natuurlijk een heel andere discussie...

Hoewel op de technologie achter mp3 wel zo'n 12 patenten waren verleend werd het aanvankelijk toch als 'free' aangemerkt, maar dat veranderde toen het de hele wereld het ging gebruiken. De hoofdpatenthouden, het Duitse Fraunhofer-Instituut, bezat ook de licenties op de encoder-technologie waarmee normale digitale files tot het gecomprimeerde formaar werden omgezet en deze werden het eerst verzilverd. Daarna waren echter ook de decoders aan de beurt en enkele ontwikkelaars die de bui zagen hangen gingen aan de slag met een belangrijk Open Source-project, genaamd Ogg Vorbis.