Instrumenten  Fluit  De lange geschiedenis van de fluit | De moderne dwarsfluit | De bijzondere fluit van Jim Schmidt | Waarom de fluit fluit... | Tipboek 'Dwarsfluit en piccolo'  
 

De lange geschiedenis van de fluit

Zeer waarschijnlijk behoren fluiten tot de oudste muziekinstrumenten die mensen hebben gemaakt. Het tastbare bewijs hiervoor is een fluit van bot die op ruim 40.000 jaar oud wordt geschat. Deze is reeds voorzien van toongaten welke bij reconstructie een diatonische toonreeks kan voortbrengen. De keuze van dierlijke botten voor muziekinstrumenten was natuurlijk een voor de hand liggende daar deze duurzaam waren, goed te bewerken en in ruime mate voorhanden. Het belang van de ontdekking van het muziek maken is nauwelijks te overschatten en je zou zelfs kunnen stellen dat hiermee de menselijke beschaving een aanvang nam...

Panfluit

Behalve van bot werden er ongetwijfeld ook al fluiten gemaakt uit stukken riet of bamboe, waarbij men over de opening heen blies om een toon voort te brengen. Hierbij zal men ontdekt hebben dat de lengte van het riet de toonhoogte bepaalde. Door stukken van verschillende lengte samen te voegen kon men opeenvolgende tonen laten horen: de geboorte van de panfluit, die we in de meest uiteenlopende culturen tegenkomen. De naam is terug te voeren op de Griekse godheid Pan en dit geeft al wel aan hoe belangrijk dit instrument werd geacht.

Ondanks alle latere ontwikkelingen wordt de eenvoudige panfluit nog steeds met veel liefde in Midden-Europa bespeeld, met name in Roemenië, waar omstreeks de 70er jaren de virtuoze bespeler Gheorghe Zamfir een stroom van fascinerende albums produceerde. Veelal samen met zijn ontdekker, de organist Marcel Cellier - een interessante combinatie daar beide instrumenten op hetzelfde pricipe zijn gebaseerd. Eerder al kwamen er prachtige panfluitopnamen uit Peru die onder de naam 'Flute Indienne' de wereld veroverden. Verder kent ook China de panfluit.

De verleidelijke en militante fluit

In de vroege oudheid kreeg de fluit soms een mystieke status, maar het gebeurde ook dat de fluit werd beschouwd als het instrument van prostitué's en als zodanig juist werd verguisd. In het oude Griekenland echter kwam de fluit tot grote bloei en werd bijvoorbeeld gebruikt bij het begeleiden van treurspelen. De Romeinen namen veel van de Grieken over en zo ook de vele toepassingen van de fluit, die zij oorspronkelijk 'tibia' noemde, ofwel 'scheenbeen', dus aanvankelijk ongetwijfeld uit een bot gemaakt.

Overigens voorzag men fluiten ook wel van een (dubbel)riet om het geluid harder en scheller te maken, waardoor deze beter geschikt was voor militair gebruik. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de 'aulos', een soort kruising tussen de klarinet en de hobo. Tegelijk ontwikkelde zich ook de dwarsfluit, en dit in verschillende afmetingen om nog redelijk binnen een bepaalde toonsoort te kunnen spelen. Er was immers nog geen sprake van compensatiekleppen om een zuivere toon te kunnen realiseren. Wel ontwikkelden sommige bespelers kennelijk een grote virtuositeit.

Blokfluit

In de Middeleeuwen en de Renaissance was vooral de blokfluit populair. Deze wordt gekenmerkt door een blok dat dat in het mondstuk is aangebracht en de luchtstroom zo automatisch via de kernspleet richt op het zogeheten 'labium', of 'lip'. Dit is in feite dezelfde constructie die we ook bij orgelpijpen zien. Doordat de lucht door dit scherpe vlak wordt gesplitst ontstaat een trilling welke zich door de buis van het instrument voortplant. De toonhoogte is daarbij afhankelijk van de lengte van deze buis, die overeenkomt met de lengte van labium of mondgat tot het laatst geopende toongat.

Om tot een ander bereik te komen dient de blokfluit dus groter of kleiner uitgevoerd te worden. De meest voorkomenende zijn sopranino (in F), sopraan (C), alt (F) en tenor (C). Er bestaan overigens ook grotere - op de Nederlandse Blokfluitpagina is een bijna drie meter hoog exemplaar te zien dat ook nog eens van hout is gemaakt. Vaak zijn dergelijk grote fluiten immers van kunststof omdat dit goedkoper is en minder risico op scheurvorming oplevert. Op genoemde website is nog veel meer wetenswaardigs over de blokfluit te vinden.

Dwarsfluit

Bij de blokfluit ligt de luchtstroom daarbij in grote trekken vast, maar bij de dwarsfluit zijn het de lippen die met meer of minder spanning de spleet vormen en de lucht op het scherpe deel van het mondgat richten. De variatie kan hier dus veel groter zijn en daarmee neemt ook de expressie sterk toe. Het principe van de toonvorming van een fluit brengt wel met zich mee dat een deel van de lucht min of meer ongebruikt blijft. Deze ongehinderde luchtstroom laat zich horen als het ruisende geluid dat alle fluiten kenmerkt, in tegenstelling tot de rietinstrumenten.

De moderne dwarsfluit

Eind 17e eeuw ging men de dwarsfluit uit drie delen maken die in elkaar werden geschoven. Toen ontstond ook een fluit met een enkele klep, de 'traverso'. Om in meerdere toonsoorten te kunnen spelen waren echter meer kleppen nodig en het aantal werd al snel tot zo'n negen kleppen uitgebreid. De grote doorbraak kwam van een Duitse fluitist en goudsmid, Theobald Boehm die in de loop van vele jaren tenslotte de moderne, cilindrische en metalen fluit bouwde zoals we ook nu nog steeds kennen. Ook al zijn er kleine verbeteringen in het mechaniek doorgevoerd met bijvoorbeeld extra triller- en compensatieklepjes.

Uit de veelheid van fluiten uit het verleden zijn er tegenwoordig vooral een viertal overgebleven. In opklimmende grootte zijn dat de piccolo, de 'gewone' of C-fluit, de altfluit (in G) en de basfluit (ook in C, maar dan een octaaf lager dan de gewone dwarsfluit). Een basfluit heeft een gebogen kop omdat je hem anders niet kunt bespelen - de altfluit komt zowel recht als gebogen voor. Incidenteel vind je ook nog extreem grote fluiten zoals een contrabas- en zelfs een subcontrabasfluit. Deze worden in plaats van metaal soms van het sterke, maar goedkopere PVC vervaardigd.

De bijzondere fluit van Jim Schmidt

Het Boehm-systeem zoals dat op alle moderne fluiten (en voor een deel eveneens op klarinet en saxofoon) wordt toegepast is in de ogen van Jim Schmidt allesbehalve ideaal. Deze nabij Los Angeles wonende instrumentmaker bouwt zowel fluiten als saxofoons die niet langer zijn gebaseerd op de C-majeur toonladder - waarbij de halve noten min of meer werden toegevoegd - maar op de volledige chromatische toonschaal. Zowel plaats als grootte van de toongaten kunnen hiermee met mathematische precisie worden bepaald, waardoor een ongekende toonzuiverheid wordt bereikt.

Zoals op de foto duidelijk is te zien heeft hij ook het gehele concept van de bestaande dwarsfluit opnieuw van de grond af aan opgebouwd zonder zich van de historische ontwikkeling veel aan te trekken. Het resultaat is een instrument dat met zijn futuristische vormgeving voor sommigen misschien geen schoonheidsprijs verdient, maar dat speeltechnisch gezien ongetwijfeld zeer hoge ogen gooit. De buis zelf is daarbij van (sterling) zilver en de applicatuur van roestvrij staal - de ver uitstekende beugel geeft houvast wanneer geen kleppen ingedrukt hoeven te worden. Zelfs de polsters hebben een afwijkend ontwerp.

Door de chromatische toonladder als basis te nemen zijn lastige toonsoorten en voorheen moeilijke passages beslist eenvoudiger en ook sneller te spelen. Blijft het feit dat het wel een hele overgang is en helaas is het wat moeilijk om even de proef op de som te nemen - of u moet in de vakantie naar Sanger, California willen afreizen. Elk instrument wordt op bestelling met de hand gebouwd en kost $10.000. Uitgebreide informatie, inclusief foto's en een grepentabel over deze bijzondere fluiten (en ook over zijn even bijzondere saxofoons) vindt u op de website. Voor $10 is eveneens een jazz-cd te bestellen.

Waarom de fluit fluit...

Wie echt wil weten hoe het komt dat de fluit zoals hij/zij fluit doet er goed aan om de 'Introduction to flute acoustics' te raadplegen op de site van de University of New South Wales (Australië). Het is een buitengewoon gedegen artikel dat voor zover ik het kan bekijken zo'n beetje alle akoestische kenmerken en wetmatigheden van de dwarsfluit op een aanschouwelijke manier weet te behandelen.

Tipboek 'Dwarsfluit en piccolo'

Wie van plan is om fluit te gaan spelen doet er goed aan om het deeltje 'Dwarsfluit en piccolo' uit de handige Tipboek-reeks aan te schaffen. In zo'n 130 pagina's vind je hierin een schat aan informatie, koop- en onderhoudtips, met erg duidelijke en verhelderende illustraties en dat allemaal voor een luttele 9 euro...