Bij de geboorte van de jazz in New Orleans was de klarinet - naast de cornet of trompet - prominent aanwezig en namen als Johnny Dodds, Barney Bigard, Jimmie Noone en natuurlijk Sidney Bechet worden nog steeds met ontzag genoemd en kunnen gelukkig ook nog, dank zij de tijdige uitvinding van de gramofoonplaat, worden beluisterd. Jimmie Noone legde na zijn verhuizing naar Chicago vervolgens de verbinding van de oude jazz naar de swing en was daarmee de wegbereider voor de klarinet als solo-instrument. Hij vormde zo een belangrijke inspiratiebron voor jonge, blanke musici als Artie Shaw en Bennie Goodman.
Vooral het orkest van laatstgenoemde vierde tenslotte ongekende triomfen, maar juist binnen de swingorkesten gingen ook de saxofoons steeds meer de sterrol overnemen en de klarinetvirtuoos Buddy DeFranco won weliswaar jaren achtereen de DownBeat polls, maar was tenslotte vooral bekend als de leider van de museumband van wijlen Glenn Miller. De magische zwarte stok werd grotendeels naar de zijlijn gedirigeerd, behalve in de vele revivalbands en in New Orleans schitterde nog steeds de naam van Pete Fountain. En van een volgende generatie spelers die er in de beste jazztraditie vernieuwend tegenaan gingen, zoals onder andere Bob Wilber.
Tim Laughlin is een van hen en hoewel hij duidelijk naar zijn swingende voorgangers luisterde treedt hij niet bepaald in de voetsporen van Goodman. Ook afwezig zijn de vele buitelende noten en meeslepende uithalen in het hoge register van DeFranco en Tony Scott. Wanneer je zijn stijl in één woord zou willen vangen dan is dat 'bedachtzaam', hetgeen dus niet gelijkgesteld moet worden met saaiheid. Er kwam bij mij dan ook enigszins een vergelijking op met tenorsaxofonist Scott Hamilton. Beiden beheersen hun instrument van hoog tot laag, maar lopen daar niet oppervlakkig mee te koop. En beiden bezitten een bewonderenswaardig mooie toon.
Tim haalt dan ook met veel instemming de woorden aan van zijn leermeester Pete Fountain: 'Get your sound first, because you've got the rest of your life to work on technique'. Toch zou ik af en toe wel wat meer emotie willen horen, want telkens als je denk: nu komt ie, dan valt hij weer terug op een gestaag voortgaande melodielijn, met weliswaar soms onverwachte wendingen, maar niet echt zo dat daarbij de riebels over je rug lopen. Interessant zijn overigens zijn duetten met gitarist Hank Mackie en met collega klarinettisten. Er zijn inmiddels ook een flink aantal cd's van hem verschenen en enkele nummers vind je op zijn site.