Hij werd in 1885 in New Orleans geboren en was voorbestemd om een sleutelrol te vervullen in de ontwikkeling van de vroegste jazzmuziek: Ferdinant La Menthe (of LeMott), zichzelf noemende Jelly Roll Morton. Deze geniale, maar ook absurd ijdele muzikant was een van de meest kleurrijke en tragische figuren in de jazzwereld. Een wereld die toch al uitblinkt door grote contrasten van glamour en wanhopige armoede. Jelly Roll Morton, pooier, muziekuitgever, pianist en componist, noemde zichzelf in alle ernst de uitvinder van de jazz. Hetgeen in veel opzichten natuurlijk een overtrokken claim betekende die voorbijging aan de grote inbreng van zoveel andere belangrijke musici, maar met toch een zekere kern van waarheid.
New Orleans was omstreeks de eeuwwisseling een smeltkroes van verschillende rassen en culturen en vormde als zodanig een merkwaardige broedplaats van muziek- en leefstijlen. Opera's en marsmuziek, oude Franse dansvormen en spirituals, ragtimes en Europese symphonische en pianomuziek van Chopin en Liszt, dat alles was door elkaar te horen en te beleven. En in het centrum aan de veel bezongen Basin Street bevond zich Storyville, befaamd en berucht uitgaanscentrum met zijn ontelbare kroegen en bordelen, waar traditioneel muziek en genot hand in hand gingen. Als teenager al leerde de ondernemende Morton als pianist-entertainer hier om zijn publiek te boeien met zijn meeslepende spel, dat zowel blues- als ragtime-invloeden verraadde.
Omdat hij zowel het muzieklezen als -schrijven uitstekend beheerste was Morton in een uitgelezen positie om ten eerste allerlei westerse, geschreven muziekvormen in zich op te nemen, maar tevens om alles wat er in zijn creatieve geest opkwam ook te kunnen noteren. Daarnaast experimenteerde hij uitgebreid met ritmes, waaronder de gesyncopeerde ragtimes en voegde daar een veel losser swing- en improvisatie-element aan toe die deze wat formele en gecomponeerde muziek tot dan toe ontbeerde. Gevoegd bij de veel ruigere marsstijl die de parade-bands hanteerden legde het inderdaad een belangrijke basis voor wat in 1917 met het uitkomen van de plaat van de Original Dixieland Jass Band (hot) jazz zou gaan heten.
Jelly Roll Morton was een merkwaardig man die volledig in en door zijn muziek leefde en die ook op andere wijzen aan zowel de inhoud als de verbreiding van deze nieuwe muziek veel heeft bijgedragen. Onder andere doordat hij het hele land doorreisde en alle soorten invloeden, zoals kerkzang, worksongs en countryblues in zijn vele composities verwerkte. Daarnaast speelde hij samen met alle belangrijke musici uit die periode, zoals de trompetisten Bubber Miley (die later een essentiele bijdrage aan de band van Duke Ellington zou leveren) en Henry 'Red' Allen, de trombonisten Wilbur de Paris en Kid Ory, de klarinettisten Johnny Dodds, Barney Bigard, Omer Simeon en Albert Nicolas en iets later met de saxofonisten van het eerste uur, zoals Johnny Hodges en Sidney Bechet.
In 1907 en later na de sluiting van Storyville definitief in 1917 week hij, zoals veel musici, uit naar Chicago, de 'Windy City'. Daar bestond in die tijd, evenals in New Orleans, een wat toleranter houding tegenover zwarten en kleurlingen (Morton zelf bekleedde als creool een ongemakkelijk soort tussenpositie). Chicago zou mede daardoor, na New Orleans en St. Louis, een belangrijke jazzstad worden, niet het minst door de vele composities van Morton en de optredens en opnames van zijn legendarische Red Hot Peppers. Met deze wisselende bezettingen experimenteerde hij al met blazerssecties en zou daarmee een wegbereider blijken voor de intens populaire swingbands. Ironisch genoeg zouden juist deze zijn neergang inluiden, want daar vormde dansbaarheid immers steeds meer het criterium voor publieksappreciatie en zijn eigen muziek werd daarvoor te 'hot' bevonden.
Op het hoogtepunt van zijn roem, tijdens de zogeheten Roaring '20s, was Jelly Roll Morton echter een belangrijk man, met luxe auto's, opzichtige diamanten (met o.a. eentje in zijn voortand) en met honderden costuums, maar in de daarop volgende depressie bleek hoezeer hij in feite was bestolen door vrijwel iedereen om hem heen. Met als voornaamste boosdoeners de muziekuitgevers en producenten die steeds meer geld verdienden aan zijn composities en uitvoeringen, terwijl hijzelf zijn pakken naar de lommert moest brengen om aan voedsel te komen. Er werd wat meewarig gedaan over zijn constante klachten hierover, vooral tijdens zijn latere jaren, toen zijn gezondheid hem steeds meer in steek liet. Onderzoek evenwel dat de Chicago Tribune onlangs verrichtte toont zonder meer de bittere waarheid hiervan aan.
Jelly Roll Morton stierf tenslotte eenzaam en vrijwel vergeten in 1941 in Los Angeles, maar gelukkig voor ons werd enkele jaren voor zijn dood door chroniqueur Alan Lomax tijdens dagenlange interviews de geschiedenis van zijn leven, en daarmee van de vroege jazz, opgetekend. Morton bleek nog steeds te beschikken over een formidabel muzikaal geheugen en ontpopte zich, ondanks sommige overdrijvingen, als een wandelende encyclopedie. Samen met de vele voorbeelden die hij op de piano geeft zijn deze interviews uit 1938 bewaard in en uitgegeven door de Library of Congress (in de Classic Jazz Masters serie). Daarnaast kwam het Historic New Orleans Collection-museum recentelijk onverwacht in het bezit van een fantastische verzameling brieven, manuscripten en foto's uit het leven van Morton, allemaal afkomstig uit de persoonlijke collectie van ene William Russell uit New Orleans.
Deze teruggetrokken en extreem sober levende vioolreparateur bleek na zijn dood vanaf een eerste ontmoeting met Morton in 1929, vrijwel alles over hem en enkele tijdgenoten te hebben verzameld. Daartoe had hij onder andere in 1940 een klein platenlabel opgericht om vergeten jazzmusici op te kunnen nemen. Daarbij ontdekte hij bijvoorbeeld de oude, ooit belangrijke cornettist Bunk Johnson die hij voorzag van zowel een nieuw gebit als een instrument. De opnames die hij vervolgens van hem maakte bracht mede een hernieuwde belangstelling voor de oudste New Orleansjazz op gang. Het tastbare resultaat van zijn verzamelwoede was zeer indrukwekkend en omvatte letterlijk tonnen aan uniek materiaal. Daaronder ongeveer een miljoen pagina's aan knipsels, bladmuziek en andere tekst, plus duizenden foto's, gramofoonplaten en banden.
Het geheel verschaft een zeer gedetailleerd inzicht in de ontwikkeling van de vroegste jazz en vooral van de grote rol die Jelly Roll Morton daarin inderdaad heeft gespeeld. Zo omvatte de vondst maar liefst 46 niet eerder bekende handgeschreven composities van zijn hand en zeven nieuwe pianorollen, die een welkome aanvulling betekenen op de 16 al bekende rollen voor de pianola die reeds op de plaat verschenen. Het soms erg kwetsbare materiaal moet nog veel diepgaander worden bestudeerd, maar toch wordt al wel duidelijk dat veel van de overtrokken lijkende claims van Jelly Roll Morton in de kern toch veel waarheid hebben bevat en dat hij in muzikaal opzicht zijn tijd ver vooruit was. Zo mogelijk niet de 'uitvinder', dan toch wel degelijk de vader van de jazz...
Henk de Boer
Veel informatie, discografie, etc. is te vinden op
http://www.redhotjazz.com/jellyroll.html
Complete site over Morton en oudere jazz http://www.doctorjazz.freeserve.co.uk/page10.html
Goed verzorgde site over zijn leven en zijn muziek http://www.duke.edu/~nbp/
Jazz by Mail http://www.jazzbymail.com/albums_rw/rwmorton.html
Opnamen op cd
Jelly Roll Morton, 1923-24 (Milestone MCD-47018-2)
Jelly Roll Morton, 1926-36, 5 cd-set (RCA / Bluebird 2361)
Jelly Roll Morton, Birth of the Hot (RCA / Bluebird)