Er wordt vaak een beetje denigrerend gesproken van een 'touwtje', maar dat neemt niet weg dat veel verbindingskabels en zeker de connectors een knap staaltje toegepaste technologie vertegenwoordigen. De juiste kabel en connector op de juiste plaats is dan ook een essentieel uitgangspunt voor electronici zowel als muzikanten. Reden genoeg om de belangrijkste vertegenwoordigers eens op een rijtje te zetten...
De meeste voedingskabels die tegenwoordig worden gebruikt zijn van een stevige kunststof-uitvoering die tegen een stootje kan, vaak voorzien van aangegoten stekers. Desondanks zijn er toch twee punten die onze aandacht vragen. Ten eerste het gebruik van kabelhaspels - deze zitten meestal in het begin van de voedingsketen, waar dus ook de meeste stroom doorheengaat. Een gedeeltelijk opgerolde haspel kan dan door de eigen inductie van een zo gevormde spoel onverwacht heet worden en daarbij ook nog eens een storend bromveld veroorzaken. Haspels dus helemaal uitrollen.
Als tweede is het zaak om inderdaad vanaf één enkele contactdoos alle electronica te voeden, liefst met een tussengeschakeld anti-onweerfilter en in elk geval voorzien van een degelijke aarding. Dit alles ter voorkoming van ongewenste 'aardlussen' die de oorzaak kunnen zijn van hardnekkige en zeer storende bromproblemen. Aan de apparaatkant is langzamerhand een redelijke standaardisatie ontstaan, in tegenstelling tot de stekers die in een wandcontactdoos gaan. Hier lijkt het een kwestie van nationale trots om per land aan een eigen afwijkend formaat vast te blijven houden.
Er wordt over weinig zaken zoveel onzin verkondigd als over luidsprekerkabels. Wil je sommige 'deskundigen' geloven dan zouden zilveren (of vergulde) kabels een duidelijk hoorbare verbetering van de afgespeelde muziek veroorzaken - zelfs het ritme zou er beter van worden(!). Met mythische verbeeldingskracht wordt dan geschreven over het verschil in 'klank' tussen zilver of koper. Met indrukwekkende techspeak wordt eventueel ook zuurstofvrij koper aanbevolen omdat zuurstof-moleculen een optimale data-overdracht in de weg zouden staan. Allemaal klinkklare nonsens, zoals bijvoorbeeld wordt uitgelegd op de informatieve site van Jan Breem.
Een normaal en redelijk zwaar uitgevoerd twee-aderig voedingssnoer levert ook voor luidsprekers een uitmuntende verbinding op. Wel dienen de aders door een andere kleur van elkaar te onderscheiden zijn om te voorkomen dat meerdere luidsprekersystemen in tegenfase worden aangesloten, hetgeen natuurlijk tot ontoelaatbare vervormingen aanleiding zou geven. Connectors worden bij min of meer vaste thuisopstellingen meestal niet toegepast en in dit geval volstaat dus om de uiteinden van de kabels licht te vertinnen of ze van zogenaamde kabelschoenen te voorzien. Bij professionele stage-speakers worden wel speciale stekers toegepast.
Bij de audio-kabels en connectors slaat de chaos pas echt toe en lijkt men alles in het werk te stellen om de problemen zo groot mogelijk te maken. Een sevice-koffer met verschillende reservekabels en verlopen is dan ook geen overbodige luxe. Ook al omdat elke kabel plotseling kuren kan vertonen of er door breuk in de kabel helemaal de brui aan geven. Er is verder wel degelijk een verschil in kwaliteit tussen de verschillende merken connectors en dat geldt ook voor de toegepaste kabel. Ook tussen de hobby- en de professionele sector zie je vaak duidelijke verschillen.
In principe zijn alle audio-kabels afgeschermd, hetgeen wil zeggen dat er om de goed geisoleerde signaaldraad een gevlochten mantel van dunne koperdraden is aangebracht. Deze afschermende mantel ligt over het algemeen aan aarde en houdt stoorsigenalen zo veel mogelijk buiten de deur. Hoe langer de kabel echter is hoe kwetsbaarder ook ten opzichte van externe stoorsignalen. In een studio-omgeving worden daarom vrijwel uitsluitend de zogenaamde XLR-connectors toegepast en deze zijn zeker de eerste keuze voor het aansluiten van de betere microfoons.
XLR-connectors (ook wel Cannon-stekers genoemd) zijn zeer robuuste, gegoten aluminium connectors, waarbij de female-uitvoering (met de gaatjes) over het algemeen is voorzien van een verende haak voor een onwrikbare verbinding. Bovendien betreft het nagenoeg altijd zogeheten gebalanceerde verbindingen, een zeer slimme manier om stoorsignalen, ook bij langere kabels, buiten te sluiten. Bij het begin van de signaalbron - dus bijvoorbeeld een microfoon - wordt door middel van een speciale transformator het signaal in twee componenten gesplitst.
In één van de signaaldraden wordt het signaal in tegenfase gevoerd en aan het eind wordt dit nogmaals omgedraaid en worden de signalen bij elkaar opgeteld. Niet alleen wordt door deze truc het signaal zelf sterker, maar eventuele stoorsignalen zullen nu op hun beurt in tegenfase verkeren en zo zichzelf uitdoven. Belangrijk is verder te weten dat apparaten die met gebalanceerde aansluitingen werken vrijwel altijd een hoog spanningsniveau aanhouden. Dit wordt aangegeven als +4 dBu tegenover het veel lagere -10 dBV-niveau van niet-professionele apparatuur.
Het is duidelijk dat het opletten is geblazen wanneer je professionele en niet-professionele apparatuur door elkaar gebruikt. Zo kan een mengpaneel bijvoorbeeld een veel te groot signaal afgeven aan een eenvoudige geluidskaart en deze oversturen of zelfs beschadigen. Sluit mede om deze redenen apparatuur altijd aan met de volumeregelaars dichtgedraaid en test aansluitingen eerst voorzichtig uit. Een goede manier is ook om labeltjes met relevante info aan alle kabels te hangen. Lees verder goed de specificaties van mengpanelen en andere aangesloten apparaten.
Bij veel hifi-apparatuur vind je de RCA- of tulpsteker. De alternatieve benaming cinch-plug geeft trouwens ook goed aan waar het hier om draait. Het is een goedkope, klemmende verbinding, die helaas juist daardoor nogal snel slijt. Laat je niet misleiden door een mooi goudkleurig uiterlijk, want dat is alleen bij de echt dure pluggen een werkelijk goudlaagje. En bij regelmatig ompluggen is dit er bovendien snel afgesleten. Denk erom dat deze pluggen ook op digitale coaxkabels en videokabels wordt gebruikt. Kijk hierbij uit voor verwisseling, want ook dat kan tot beschadiging leiden.
Vroeger ook wel '(telefoon)klink' genoemd omdat in oude telefooncentrales hiermee de verbindingen tot stand werden gebracht. Ook in de gitaarwereld is dit de standaard-connector en zelfs microfoons worden hiermee weleens uitgerust. De verbinding komt tot stand door een verende strip, die niet zo gauw haar veerkracht zal verliezen. Nadeel is wel dat het contactoppervlak vrij klein is. Meest voorkomend is de mono-uitvoering (tip en sleeve), maar er bestaat ook een stereo-uitvoering (tip, ring en sleeve) die voor gebalanceerde verbindingen en bijvoorbeeld stereo-hoofdtelefoons wordt toegepast.
Een onding dat helaas op ruime schaal wordt toegepast bij de eenvoudiger geluidskaarten. Ook minidisc-spelers en andere portable afspelers zijn er meestal mee uitgerust. Ze zijn onhandig klein, bezitten daardoor veel te kleine contactvlakken en zijn dus storingsgevoelig. Het is aan te raden om altijd een reservekabeltje van mini-jack naar bijvoorbeeld tulp bij je te hebben om in het geval van slecht contact te vervangen. Hou de verbinding met de geluidskaart ook zoveel mogelijk permanent en zorg dat er niet aan de verbinding gewrikt kan worden.
Deze zijn bedoeld om digitale signalen te voeren tussen de verschillende midi-bronnen. Ze zijn overeenkomstig het midi-protocol aan beide einden voorzien van 5-polige DIN-stekers met pennetjes. Deze werden indertijd gekozen om de vrij universele beschikbaarheid en de daaruit voortvloeiende lage kosten. Veelal zullen de nogal dunne pennetjes verzilverd zijn, hetgeen op de duur echter wel degelijk corrodeert en zo tot een slecht contact kan leiden. Door een hogere overgangsweerstand kan het karakter van de digitale pulsen veranderen en zo tot storing leiden.
Wil men de kabels verlengen dan kan dit door een speciale verlengkabel, maar handiger is om uit een stukje pvc en twee vrouwelijke chasis-deeltjes een tussenstukje te solderen waardoor je met standaardkabels kunt blijven werken. Er zijn ook ooit van deze tussenstukjes in de handel geweest met een ledje als verklikker dat er inderdaad een midi-signaal doorheen gaat - heel handig!. Om te voorkomen dat een midi-signaal signaal tezeer wordt aangetast is het voorschrift om een kabel niet langer dan 15 meter te maken.
Wired for Sound in AnalogX - www.analogx.com/contents/articles/wiredsnd.htm
Over Bekabeling - www.breem.nl/pgbekabeling.htm