Een computer heeft al een flink aantal aansluitingen voor externe appararaten, zoals een printer, scanner, modem, toestenbord, beeldscherm en muis. Door middel van een geluidskaart voegen we daar nog enkele aan toe: een in- en uitgang voor audio, een microfoon-ingang en een luidspreker-uitgang. Plus in veel gevallen een game-connector voor een joystick. Van deze laatste kunnen we via een speciale kabel met wat ingebouwde electronica twee seriële midi-aansluitingen maken - eveneens in de vorm van een in- en uitgang. Deze aansluitingen zijn gestandaardiseerd voor kabels met aan beide zijden eenvoudige 5-polige DIN-pluggen met pennetjes.
Midi is zoals ook elders al werd betoogd een communicatie-protocol en door de computer te voorzien van een midi-in en een midi-out scheppen we de mogelijkheid om ook deze deel te laten uitmaken van een midi-netwerk. En op precies dezelfde wijze als een midi-klavier boodschappen kan uitzenden kan onze computer dat nu ook. Dit is belangrijk om te beseffen, want het maakt die computer tot een volwaardig midi-muziekinstrument. Ook aan de ontvangende kant, want de computer is eveneens in staat om zelfstandig midi-boodschappen om te zetten naar (digitale) audio die tenslotte als analoog geluid weer uit de luidsprekers klinkt.
Een belangrijk onderdeel van het midi-systeem is het electronische interface dat nu eenmaal de brug vormt met andere midi-apparaten. Het verzorgt o.a. de koppeling op het juiste signaalniveau en de synchronisatie voor de verschillende midi-boodschappen. Vooral dat laatste is belangrijk daar muziek uiteraard uiterst tijdsgevoelig is. Tegenwoordig vervult de geluidskaart deze interface-functie over het algemeen prima, maar in uitzonderlijke gevallen kan de hoeveelheid informatie toch wat te uitbundig zijn en treedt er een soort indigestie op. Een enkel midi-interface kan 16 kanalen uitsturen, waarbij meestal per kanaal slechts één instrument wordt gevoerd.
Zo'n kanaal is een beetje vergelijkbaar met een tv-kanaal, behalve dan het feit dat er verschillende kanalen tegelijk afgespeeld kunnen worden. Allerlei instellingen als galm, plaatsing in het stereobeeld ('panning') en sterkte gelden uitsluitend voor het desbetreffende kanaal en het daaraan gekoppelde instrument. Verder bent u vrij om het weer te geven instrument achteraf te wijzigen, zodat een pianopartij bijvoorbeeld ook als clavecimbel kan worden afgespeeld. Dit kan omdat de midi-signalen voor de aansturing principieel los staan van de klanken die ten gehore worden gebracht. Ook dit geeft een grote vrijheid van werken.
Voor sommige toepassingen zullen 16 kanalen nog niet genoeg blijken, maar dat levert in principe niet zoveel problemen op want een tweede geluidskaart of midi-interface is snel geplaatst. Ook zijn er geluidskaarten met een dubbel interface en dus 32 kanalen. In een meer professionele opzet zal men over het algemeen gebruik maken van een externe kast met 2 tot 8 interfaces. Deze worden dan op de seriële of op een USB-poort aangesloten. Mocht u daar nog niet genoeg aan hebben kunnen een aantal van deze apparaten eventueel nog aan elkaar worden gekoppeld. Bekende namen zijn Roland, M-Audio, Mark of the Unicorn, Ego-Sys en Emagic.
Midi bestaat uitsluitend uit stuursignalen en deze zullen dus eerst in geluid moeten worden omgezet alvorens er ook maar iets te beluisteren valt. Dat kan zowel door aansturing van een synthesizer of een keyboard met een ingebouwde set aan (meestal General Midi) klanken. Het kan ook een systeem met samples zijn dat hetzij op een geluidskaart of in een externe module is ondergebracht. Onder deze laatste heeft de SoundCanvas van Roland/Edirol al jarenlang een uitstekende naam. Ook het Koreaanse ESI is een bekende naam op dit gebied.
Ook geluidskaarten bezitten meestal een speciale chip met daarin passende sampleklanken. De kwaliteit ervan kan echter sterk uiteenlopen en hangt voor een deel natuurlijk af van de omvang van die samples en dus van het geheugen op de kaart. Daar lag in het verleden dan ook vaak het knelpunt, maar met de steeds goedkoper geheugenchips is dat verleden tijd. Toch kunnen werkelijk goede samples aardig uitdijen en dan biedt de methode van de gestandaardiseerde SoundFonts voordeel. Die worden vanaf de harde schijf geladen en vervolgens in het normale computergeheugen gereed gehouden. Je bent zo dus niet langer gebonden aan het geheugen op de geluidskaart.
Het Soundfont-formaat kan onder andere bij veel SoundBlaster-kaarten worden toegepast en biedt een uitstekende mogelijkheid om flexibeler met instrumentklanken om te gaan. Op verschillende websites zijn dergelijke Soundfonts (meestal kortweg SF2 genoemd) te vinden, vaak zelfs gratis en soms van een verbluffende kwaliteit. Natuurlijk kan men ze ook zelf maken, maar om goede samples van instrumenten te maken komt de nodige ervaring om de hoek kijken en de beschikking over goede microfoons. Dientengevolge zijn er ook heel wat SoundFonts in omloop waarvan het kwaliteitsniveau bepaald niet geweldig is. Eerst proberen dus...
Audio betekent in dit geval in de eerste plaats digitale audio, ofwel muziek in getallen. Want dat is eigenlijk het enige waarin een computer werkelijk excelleert, het razendsnel kunnen rekenen met getallen. Zoals elders al werd uiteengezet vormt het digitale gedeelte weliswaar slechts een deel van het traject, maar dat is wel het deel waarin bijzonder veel gebeurt. De geluidskaart, die het kloppende hart is van onze muzikale computer, vervult immers naast die van midi-doorgeefluik ook de functie van analoog-naar-digitaal omzetter, van digitaal-naar-analoog omzetter en zorgt er in de meeste gevallen ook nog voor dat midi-signalen in muziek veranderen.
De kwaliteit van de computer als muziekinstrument staat of valt met die van uw geluidskaart en dan is het duidelijk dat een kaart van 100 gulden van een andere orde is dan een professionele kaart die 20 keer zoveel kost. Het plezierige is dat zelfs heel goedkope kaarten al heel veel en soms voldoende kwaliteit bieden. Verschillen tussen goedkope en dure kaarten zitten vooral in de mate van nauwkeurigheid waarmee gesampled kan worden (16-, 20- of 24-bit) en de mate van dynamiek die daarmee samenhangt. Deze gaat van een goede 96 dB tot een onvoorstelbare 192 dB, terwijl ons gehoor hooguit 120 dB kan onderscheiden.
Een andere methode om muziek te produceren is die met behulp van een apparaat dat 'sampler' heet. Dit maakt gebruik van hetzij zelf opgenomen of van door anderen vervaardigde samples die tegenwoordig natuurlijk op cd worden aangeleverd. Deze worden in het geheugen geladen, waarna er allerlei filters en bewerkingen op worden losgelaten waardoor het karakter van klanken en klankenreeksen zich volkomen wijzigt. Tot voor kort was deze toepassing eigenlijk alleen gebruikelijk in professionele kringen door ten eerste de prijzen van deze apparaten met hun grote geheugens, maar ook door de dure samples zelf.
Dit veranderde doordat de steeds krachtiger computers de mogelijkheid gingen bieden van softwarematische samplers. De samples worden daarbij net als bij het hardwarematige broertje van de harde schijf of van cd-rom gehaald, maar verder door een programma binnen de computer bewerkt. Tegelijk werd ook het aanbod van goede samples veel groter waardoor de prijzen hiervan navenant daalden. Bleef echter de noodzaak van een relatief groot geheugen, maar dat wordt opgelost door programma's als de GigaStudio van Tascam (zie afbeelding) en HALion van Steinberg, die door een speciale techniek zeer grote kwaliteitssamples rechtstreeks van de harde schijf kunnen lezen.
Behalve dat men samples bijvoorbeeld vanuit een klavier aanstuurt kun men zich ook een muziekstuk voorstellen dat eenvoudigweg bestaat uit een reeks aan elkaar geplakte samples. Daarvoor is het natuurlijk wel noodzakelijk dat begin en eind van de samples op elkaar aansluiten wat betreft niveau en resolutie. Het Duitse bedrijf Magix haakte erop in met het zeer betaalbare Music Maker (50 euro) dat inmiddels vele variaties kent. Werken ermee is het toppunt van eenvoud en de resultaten zijn verbluffend. Het is alleen jammer dat zich onder de vele, eveneens zeer goedkope, sample cd's (Soundpool) vrijwel geen klassieke of jazzsamples bevinden.
Er zijn inmiddels meerdere programma's die op ditzelfde thema voortborduren, zoals de voortreffelijke Acid-serie en en Cakewalk's Plasma. Het zal geen verwondering wekken dat in het kielzog hiervan ook veel samples op het web worden aangeboden. Enige voorzichtigheid is hierbij wel op z'n plaats, want sommige verzamelingen mogen uitsluitend voor thuisgebruik worden toegepast. Daarnaast zijn er echter ook legio programma's om zelf grooves, beats en andere loops te maken zoals met de gratis iBeat Loop Generator of het veelzijdige Fruity Loops (zie afbeelding). Voor DJ's in spé zijn er virtuele draaitafels om naar hartelust te mixen en te scratchen.
Wordt vervolgd...
Dit is mijn nieuwste boek dat als zogenaamde 'Seniorengids' in november bij uitgeverij Pearson/Addison-Wesley is verschenen. Overigens moet je die 'pc' vooral zien als middel en niet als doel. Als middel namelijk om het muziek maken eenvoudiger en toegankelijker te maken, als aanvulling op het bestaande instrumentarium en niet in de laatste plaats om gebruik te kunnen maken van het internet. Juist daar immers vind je onvoorstelbaar veel informatie over muziek in al haar aspecten.
Voorzien van toelichtende teksten vind je dan ook door het hele boek verspreid zo'n 500 links naar theorie- en instrumentlessen, naar gehoortraining, informatie over muziekinstrumenten en -stijlen, naar muziekprogramma's, naar microfoons en luidsprekers. Zelf muziek maken is een fascinerende hobby, maar ook voor mensen wier ambities minder ver reiken is er er veel nuttige informatie in het boek te vinden, want ook gewoon naar muziek luisteren kan altijd beter en intensiever.
Dat senioren als doelgroep werden gekozen heeft er vooral mee te maken dat veel mensen in hun jeugd al eens met een instrument in de weer waren, maar dit daaropvolgend door drukke beroepsbezigheden noodgedwongen op een laag pitje moesten zetten of er helemaal mee op hielden. De draad weer oppakken is in een zo veranderde wereld dan erg lastig - en juist daarin wil 'Muziek maken met de pc' een overvloed aan nuttige en praktische handvaten aanreiken...
Muziek maken met de pc, een handleiding voor late beginners verschijnt bij uitgeverij Pearson/Addison-Wesley ISBN 90-430-0786-2, prijs € 14.95
Een Digitaal Audio Workstation is een computer die is geoptimaliseerd voor audio-productie. Vaak zal deze zijn voorzien van een van de verschillende smaken van Windows omvat. Met alle nadelen van dien, want de vele, grotendeels onnutte toeters en bellen ervan kunnen de prestaties flink omlaag halen. Vandaar dat men op de site van Sonic Control tot in details een hele serie optimalisaties bespreekt. Dit zijn exact beschreven stappen en dat is zeker noodzakelijk omdat Microsoft in z'n oneindige wijsheid bepaalde instellingen op de gekste plaatsen heeft weten te verstoppen. En dat voor de verschillende Windows-versies ook weer anders, zodat elk syteem apart wordt behandeld. Het resultaat is een schoner, stabieler en beslist sneller systeem...