Hoewel onze westerse muzieknotatie in feite redelijk grafisch is te noemen (toonhoogte en tijdsverloop wordt immers visueel voorgesteld, evenals sommige expressietekens) heeft het zich ontwikkeld tot een redelijk complex systeem dat ondanks een veelheid aan aanwijzingen toch nog de nodige interpretatie van de uitvoerder eist. Om die reden zijn er ook andere grafische systemen beproefd zoals Klavarskribo (voor toetsen) en toepassingen met kleuren en meerdere grafische symbolen.
In zekere zin is ook midi een moderne en redelijk complete vorm van notatie, met als extra voordeel dat het resultaat meteen beluisterd kan worden. Bovendien kan het ook weer eenvoudig worden uitgeprint, want muziek op papier - beschreven muziek dus - blijkt nog steeds populair. Geholpen door het feit dat tegenwoordig iedereen professioneel muziek-drukwerk kan afleveren, hetgeen zo'n 20 jaar terug was voorbehouden aan dure en gespecialiseerde drukkerijen...
Zelfs in midi zijn echter niet alle elementen van een muziekuitvoering vast te leggen en mede daarom is het maken van adequate notatiesoftware bepaald geen eenvoudige zaak. Ook betreft notatiesoftware niet alleen het uitprinten, maar ook het omzetten (en dus interpreteren) van ingespeelde muziek. Topprogramma's als Finale en Sibelius zijn om die reden flink aan de prijs (ca. 600-700 euro) en vergen door de oneindig vele mogelijkheden tegelijk een redelijke leertijd met voldoende muziekkennis.
Al jaren bestaat daarnaast echter het oorspronkelijk Duitse programma Capella dat eveneens zeer complete partituren weet te realiseren tegen een prijs die aanmerkelijk minder is dan de helft van de zojuist genoemde programma's. Door middel van veel toetsenbord 'shortcuts' is er na enige training snel en doeltreffend mee te werken. Gelukkig is er daarnaast een Nederlands bedrijf dat de vertaling en ondersteuning ervan verzorgt - en dit eveneens voor een groot aantal zusterprogramma's. Kijk hiervoor op de website van Haducon Hattem.
Het uitstekende notatieprogramma onder de naam Notation 2 voor de prijs van ca. 50 euro komt uit de Magix-stal, een firma die veel muziekprogramma's levert met een uitstekende prijs/prestatieverhouding. In ongeveer eenzelfde of slechts iets hogere prijsklasse bevindt zich het shareware-programma NoteWorthy. Omdat shareware-programma's eerst uit zijn te proberen kunt u in ongeveer dezelfde prijsklasse ook Melody Assistant en MusicEase uitproberen.
Temidden van dit alles is Finale Notepad een opmerkelijke verschijning met een toch heel wat andere prijsstelling dan grote broer Finale. Het is namelijk helemaal gratis en een gelegenheidsmuzikant zal mogelijk nooit iets anders nodig hebben. Het is daarnaast tevens bedoeld als een soort reader voor commerciele partituren en als een uitnodiging op te upgraden naar de Plus-versie, naar PrintMusic of naar Finale zelf. De pop-upvensters hiervoor moet u dus maar voor lief nemen.
Veel pop- en met name jazzmusici, hebben voldoende aan een zogeheten 'leadsheet', die niet veel meer bevat dan een vereenvoudigde melodielijn met per maat de daarbij behorende begeleidingsakkoorden. Dit stelt natuurlijk weer heel andere eisen aan een notatie en een programma als Band-in-a-Box doet dit op zeer praktische wijze. In een eigen, ook vanaf grotere afstand duidelijk leesbare, letter worden hier deze akkoordaanduidingen aangegeven. Dit programma wordt op deze site uitgebreid besproken.
Het traditionele muziekschrift is in de loop van eeuwen ontstaan en heeft zo een vaste plaats verworven in de muziekwereld. Toch is het bekend dat veel mensen - zelfs onder beroepsmusici - de nodige moeite blijven houden met het uitlezen ervan, zoals er overigens ook mensen zijn die het lezen van een normale tekst moeizaam af gaat. Waar je echter een boek dan heel langzaam tot je kunt nemen, daar schrijft muziek natuurlijk zijn eigen tempo voor en daarom zit er voor veel van deze muzikanten weinig anders op dan een muziekstuk maar uit het hoofd te leren.
Zo'n muzikant-in-spé was Cornelis Pot en hij zocht daarom naar een alternatieve en meer grafische manier van (piano)notatie die hij in 1931 als Klavarskribo introduceerde. Omdat de acceptatie door de gevestigde muziekwereld miniem bleek te zijn ging hij tenslotte ook zelf muziekstukken in deze notatie uitgeven en in de jaren voor en vlak na de Tweede Wereldoorlog kreeg zijn 'Instituut Klavarskribo' een grote bekendheid. Helaas nam - mede door de televisie - de belangstelling voor het thuismusiceren daarna steeds meer af en kreeg het Klavarskribo een nogal bedaagd imago.
Naast het inmiddels tot 'Stichting Klavarskribo' omgedoopte instituut is er tegenwoordig echter ook een 'Klavar Vereniging Nederland' die met hernieuwd elan probeert om onder andere de vele keyboardspelers met het nu 'Klavar' geheten systeem vertrouwd te maken. Vanzelfsprekend doet men dat met een eigen website, die op een heldere wijze de principes ervan uiteenzet, verwijst naar Klavarleraren, een eigen blad 'Toon en Teken' uitgeeft en daarnaast organiseert men diverse evenementen. Ook bevat de website een forum waarop ervaringen en kunnen worden uitgewisseld.
Op de website van de stichting zelf zijn pdf-files te downloaden met de verschillende catalogi - piano, orgel en fluit - van de beschikbare stukken. Jarenlang heeft daarbij het accent sterk gelegen op het klassieke en semi-klassieke genre, maar dat probeert men steeds meer in te halen en zo zijn nu ook een aantal jazzstukken en een groeiend aantal populaire songs te verkrijgen. De prijzen ervan zijn nogal uiteenlopend en daarom is tevens een pdf-file met prijzen beschikbaar. Overigens bestaat er inmiddels ook een programma-in-wording dat midifiles in de Klavarnotatie omzet.
Waar eigenlijk alle notatieprogramma's helemaal grafisch zijn geörienteerd en ook verschillende functies bezitten, is het oorspronkelijk voor Linux ontwikkelde open source-programma LilyPond uitsluitend bedoeld om zo mooi mogelijke, gedrukte partituren te vervaardigen. Ook de werkwijze is geheel afwijkend: men maakt eerst een geformaliseerde tekstfile aan en laat deze automatisch vertalen naar een PostScript- of een PDF-file.
Het is al jarenlang een steeds weer terugkerende vraag of het mogelijk is om muziek, bijvoorbeeld van cd, naar midi om te zetten. Daarmee immers open je oneindig veel mogelijkheden tot manipulatie en natuurlijk ook tot een notatie op papier. Het antwoord daarop was steeds dat het voor monofone muziek tot op zekere hoogte wel enigszins realiseerbaar was, maar dat het voor de computer vrijwel onmogelijk blijkt om uit meerdere tegelijk klinkende instrumenten exact een enkele partij uit te filteren. Dus laat staan dat hieruit een enigszins nauwkeurige midi-file te destilleren zou zijn...
Iemand met een goed getraind muzikaal oor kan feilloos uit een orkest een verkeerde noot op een viool aanwijzen, maar voor de computer vormen al die noten alleen een totaalindruk die feitelijk niet meer uit elkaar te halen is. Ongeveer zoals het geval is met verschillende kleuren inkt die je met elkaar hebt gemengd. De techniek schrijdt echter voort en steeds meer blijkt het mogelijk om via een Fourier-analyse de eigen karakteristiek van een instrument vergaand te herkennen. Toch blijkt het in de praktijk moeilijk genoeg om met een redelijke nauwkeurigheid alleen maar de toonhoogte, volume en klankkleur naar de overeenkomstige midi-parameters te vertalen. Zeker wanneer dit in real-time dient plaats te vinden.
Music Composer ($29) van Akoff is een eenvoudig opgezet programma waarbij vooral de nadruk wordt gelegd op een (realtime) monofone ingave. Dit levert een nuttige toepassing van dit soort software op: zing of fluit via een microfoon een melodie in en laat het programma dit omzetten naar een midi-stroom. Mijn eigen probeersels om een melodie op saxofoon in te spelen en deze er als pianopartij weer uit te laten komen waren eigenlijk een stuk beter dan ik verwachtte. Voor de conversie kun je ingeven naar welk instrument moet worden geluisterd: blaas- of toetsinstrument, gitaar of menselijke stem. Wat plezierig aandoet is dat men de beperkingen toegeeft en niet meer pretendeert dan men kan waarmaken.
Het programma IntelliScore ($59/$79) van IMS daarentegen heeft hogere ambities en claimt zo'n beetje de top te zijn. Het interface verdient daarbij bepaald geen schoonheidsprijs en werkt voornamelijk met een wizard. Men gaat er kennelijk van uit dat door het programma automatisch de juiste algoritmes worden toegepast. Nogal irritant is dat je de resultaten slechts beperkt kunt beinvloeden. De voorbeeldfiles in mp3 en de resulterende midi-files zijn in elk geval weinig indrukwekkend, omdat ook de originele files al een weinig realistisch karakter vertonen en dat wordt er na de conversie alleen maar erger op. Mijn eigen proeven vielen nauwelijks beter uit en de nuances van een sax werden zelfs monofoon slecht verwerkt.
Even ambitieus is Digital Ear ($80/$120), hetgeen zich dus ook weerspiegelt in de prijs. De demo's laten echter wel horen dat er er inderdaad veel pitch bend-informatie wordt verwerkt. Vooral de vioolsolo's en menselijke stemmen klinken daardoor behoorlijk overtuigend. Besprekingen in diverse computer- en muziekbladen waren over het algemeen positief, maar wie verwacht dat de transcriptie van een cd hiermee een fluitje van een cent zou zijn komt toch bedrogen uit. Bovendien is de conversie beperkt tot ongecomprimeerde mono 16-bits wave-files van 44.1 kHz of tot directe invoer via een microfoon. Dit laatste biedt dus wel de mogelijkheid om in real-time je stem als midi-controller toe te passen.
Het Widi Recognition System is ontstaan uit een eerdere samenwerking van enkele jonge Russische ontwikkelaars die wilden uitzoeken wat er op dit gebied mogelijk is. De standaardeditie kost 50 euro en de professionele het dubbele. De resultaten zijn daarbij beslist beter dan die van IntelliScore en zijn min of meer te vergelijken met die van Digital Ear, met een interface dat heel wat overzichtelijker en eenduidiger aandoet. Bovendien is het programma niet kieskeurig wat betreft het invoerformaat, want zowel mp3 als wave, cd-audio en wma wordt moeiteloos geslikt. Ook hier kan in real-time een microfoon als invoer worden gebruikt. De demo is gelukkig niet beperkt tot de 10 of 15 seconden van de vorige programma's.
Van een duidelijk andere orde is het compositie-programma Melodyne... hier hangt dan ook een prijskaartje aan van respectievelijk 169 (Uno), 319 (Cre8) en 599 euro (Studio). Inmiddels is van de twee duurdere programma's versie 3 uitgekomen met in elk geval op papier een indrukwekkende reeks mogelijkheden, waaronder een superieure Audio naar Midi omzetting. Wat men daarbij in elk geval claimt is dat de vele foutjes in toonhoogte en timing, die eigenlijk alle voorgaande programma's kenmerken, hier vergaand worden gecorrigeerd. Het programma kan ook als VST-of DirectX-client worden toegepast. De Studio-versie is daarbij bedoeld voor polyfone bronnen, de andere twee voor monofone.
Wat Melodyne feitelijk beoogt is een veelzijdige audio-editor met het gemak en de flexibiliteit van een midi-editor. Daartoe behoort natuurlijk ook time-stretching en pitch-shifting, maar door het toegepaste interface zijn dit soort bewerkingen nauwelijks als zodanig herkenbaar. Werken ermee lijkt nog het meest op boetseren, met in plaats van het bewerken van een brok klei het eenvoudig in de gewenste vorm brengen van een stuk muziek. Het programma wil zich daarmee vooral concentreren op het creatieve proces, waarbij de toegepaste complexe techniek zoveel mogelijk onder de motorkap verborgen blijft. Maar daarnaast vormt het zeker ook krachtig productie-gereedschap voor in de studio.
Van alle besproken software zijn demo's binnen te halen, al zijn die dan niet helemaal volledig. Meestal ontbreekt een mogelijkheid om de uiteindelijke midi-file te saven of is de tijdsduur van de bewerking aan grenzen gebonden. Ook is het aantal dagen dat men ermee kan werken beperkt. Dit neemt niet weg dat men naar hartelust kan experimenteren om de sterke en zwakke punten van dit soort software te ondervinden. Voor mijn gevoel biedt vooral de mogelijkheid om met de stem of het eigen, vertrouwde, instrument te componeren en dit vast te leggen nuttige en speelse mogelijkheden. Het direct kunnen omzetten naar notatie blijkt vooralsnog echter een utopie.
Met dank aan Chris Laarman die een eerste aanzet tot dit artikel gaf...