Instrumenten  Orgel  Orgel op z'n Amerikaans | Het Hammondorgel | Een B3 in je binnenzak | Een bierfles-orgel  
 

Orgel op z'n Amerikaans

Aan het eind van de 19de eeuw was de Verenigde Staten inderdaad het land van de vrijwel onbeperkte mogelijkheden en dat wordt wel zeer treffend geillustreerd door de levensloop van John Wanamaker, in 1838 geboren als zoon van een metselaar. Tegen het eind van de Amerikaanse Burgeroorlog, in 1861, opende hij in Philadelphia een kleine kledingwinkel die hij met een tomeloze energie in ruim tien jaar uitbouwde tot een in alle opzichten uniek en vernieuwend warenhuis. In feite was hij het die het eenheidsprijzen-systeem met kwaliteitsgarantie uitvond dat ook ten grondslag lag aan onze Hema.

Andere initiatieven betroffen de indeling in 'departementen' (vandaar de naam 'department store'), de eerste met een groot en openbaar restaurant en ook de eerste met electrische verlichting, telefoon, pneumatisch geldtransport en liften. Dit alles nog voor 1900. In 1911 werd het grootste pijporgel ter wereld in het grote atrium van de hoofdvestiging geinstalleerd, nadat dit door middel van 13 goederenwagons was overgebracht van de Wereldtentoonstelling in St' Louis. De herbouw duurde 2 jaar en de omvang was toen al 10.000 pijpen, maar dat werd vanwege de afmetingen van de speelruimte nog onvoldoende geacht.

Op de zolderetage werd daarom een complete orgelfabriek met maar liefst 40 werknemers ingericht en zij voegden er in eerste instantie 8000 nieuwe pijpen aan toe. De kleinste was slechts een kwart inch lang en de grootste maar liefst 32 voet, dus ongeveer 10 meter. Ook dit was echter niet genoeg en van 1924 tot 1930 werden nog eens 10.000 additionele pijpen geinstalleerd, in totaal nu dus 28.000. Het geheel wordt bepeeld door middel van zes klavieren, ruim 700 registers en 42 voetpedalen. De speelconsole alleen al weegt 2.5 ton en het gehele orgel 287 ton. De blaasluchtvoorziening vergt in totaal 168 pk.

Over het Wanamaker orgel | Friends of the Wanamaker Organ

Naar de index

Het Hammondorgel

Amerika is niet alleen het land van de superlatieve orgels (behalve het hierboven beschreven Wanamakers orgel herbergt het ook het grootste orgel ter wereld in Atlantic City met 33.000 pijpen), maar waarschijnlijk ook van de meeste. En dat is dan vooral te danken aan de inspanningen van klokkenmaker en uitvinder Laurens Hammond die in 1934 het Hammond-toonwielorgel patenteerde en construeerde. In de eerste plaats bedoeld als vervanger voor de dure en onderhoudsgevoelige pijporgels voor de vele kerkjes en theaters die het land telde. Maar men richtte het oog tevens op de huiskamer, met een veelzijdige opvolger van zowel harmonium als piano. Het had op beide gebieden al snel succes.

Opkomst en ondergang van het toonwielorgel

De naam toonwielorgel ontleent het aan de ijzeren tandwielen die in het inwendige ronddraaien en die in aftastende electromagneetjes wisselende spanningen teweeg brengen welke vervolgens worden versterkt. Wel heel iets anders dan het aanblazen van houten of zinken pijpen en de Federal Trade Commission - de door de Amerikaanse overheid ingestelde comsumentenbescherming oordeelde in 1937 dan ook dat het instrument van Hammond helemaal geen orgel mocht heten en dat het bovendien niet mocht claimen dat het een oneindig aantal klanken kon voortbrengen. Na veel onderzoek werd het eerste weliswaar toegestaan, maar werd het aantal klankcombinaties vastgesteld op 'slechts' 253.000.000.

Het jaar 1955 werd het geboortejaar van het voor de populaire muziek en de jazz beroemdste orgel, de B3. Eigenlijk was dit een op slechts enkele punten verbeterde versie van het originele Model A uit 1935. Twintig jaar later zou het toonwielorgel ophouden te bestaan en brak het tijdperk aan van de 'echte' electronische orgels en andere toetsinstrumenten, maar nog steeds zijn er een groot aantal originele Hammonds in omloop, waaronder de degelijke instrumenten die tijdens de Tweede Wereldoorlog in opdracht van het leger werden gebouwd voor entertainment van de troepen die tegen de Japanners streden. Ironisch is dus wel dat de tegenwoordige firmanaam Hammond-Suzuki luidt.

Hammond en Leslie, een voortdurende strijd

Onverbrekelijk met de Hammond-orgels verbonden is de naam Leslie, afkomstig van Don Leslie die in 1936 enige tijd op freelance-basis in de omgeving van Los Angeles orgels ombouwde. Dit was noodzakelijk omdat men daar toen overging van 50 naar 60 perioden wisselstroom en de Hammond-orgels werden aangedreven door synchroon-motoren waarvan de snelheid afhankelijk was van die frequentie. Leslie was opvolgend graag in dient getreden van het orgelbedrijf en bood hen ook in 1940 het door hem ontwikkelde roterende luidsprekersysteem met het onnavolgbare tremolo aan. Door een merkwaardige animositeit van de kant van Laurens Hammond werd hij echter bot afgewezen.

Het leidde tot een ware anti-Leslie propaganda door Hammond, hetgeen vooral tot gevolg had dat de Leslie-speakers juist razend populair werden. Tot aan de verkoop van Leslie's 'Electro Music' in 1965 aan CBS hoefde er zelfs nooit enige reclame voor gemaakt te worden. De cirkel was overigens weer helemaal rond toen de Hammond Corporation in 1980 Electro Music en de naam Leslie op zijn beurt van CBS kocht. Tot dat tijdstip waren de Leslie-luidsprekers officieel taboe, maar werd het grootste deel uiteraard gewoon via de dealers van Hammond verkocht, al is het ook gebeurd dat Don zelf op een beurs hardhandig uit de stand van Hammond werd verwijderd.

Enkele links naar interessante Hammond-sites

History of the Hammond Organ | The International Archives for the Jazz Organ | Dutch Hammond Site | The Hammond Jazz Inventory

The Amazing Barbara Dennerlein plays on YouTube
Very Hot Stuff
Pent Up House (Sonny Rollins), met een geweldige baspartij op de voetpedalen en ook nog eens een swingende vibrafoonpartij op de gemidiseerde Hammond-toetsen

Naar de index

Een B3 in je binnenzak

Door de grote hoeveelheid 'ijzerwerk' in z'n inwendige was een originele Hammond loodzwaar. Het gewicht was zo'n 200 kilo en je had dan ook wel vier man nodig om hem over drempels en dergelijke te dragen. Voor iedereen die zelf een orgel heeft mee te sjouwen, is het dan ook een hele opluchting dat tegenwoordige versies digitaal zijn uitgevoerd. Daar horen dan nog een of twee klavieren bij met de drawbars en de voetpedalen, maar dat alles neem je fluitend onder je arm.

De firma Native Instruments is echter nog een forse stap verder gegaan en heeft een virtuele versie van de B3 ontwikkeld, die om auteursrechtelijke redenen echter B4 heet. Op het beeldscherm ziet het er volstrekt identiek uit en wanneer je beschikt over een goede geluidskaart en versterkersysteem met adequate luidsprekers dan klinkt het ook even authentiek. Dit inclusief het Lesley-effect waarbij je de denkbeeldige snelheid van de virtuele speakers volledig kunt regelen. Er is een demo van de NI-site te downloaden.

Naar de index

Een bierfles-orgel

Bij een pijporgel wordt de lucht in trilling gebracht en vervolgens afgestemd door een bepaalde pijplengte. Hoe groter die pijp, hoe lager de toon. Een dergelijke pijp of resonantieruimte kan daarbij uit een houten of metalen pijp bestaan, maar kan in principe ook een glazen fles zijn. En we kennen ongetwijfeld het geluid dat ontstaat wanneer je over de opening van een fles blaast. De toonhoogte wordt daarbij bepaald door de hoeveelheid vloeistof die nog in de fles aanwezig is.

Zet nu 74 verschillend gevulde bierflesjes op een rij, hang er een luchtpomp aan en je hebt een bierfles-orgel. In 1998 werd dit gedaan door de firma Peterson, fabrikant van stemsystemen, ter gelegenheid van hun 50-jarig jubileum. Natuurlijk werd voor de vulling geen bier gebruikt, maar een niet-vluchtige olie (je ziet anders die gretige overwerkers al voor je, 'moet vanavond even het orgel stemmen, schat'). En dat het helemaal niet gek klinkt kun je op hun website beluisteren...