Instrumenten
Piano's en andere toetsinstrumenten
De geschiedenis van de piano |
Over de juiste stemming |
De digitale piano |
Keyboards, master-keyboards en synthesizers |
Een nieuwe stagepiano van Casio |
De GigaPiano |
Aint't it Grand! |
De geboorte van een Steinway
De geschiedenis van de piano
De piano is een veelzijdig instrument dat niet alleen snaren toepast, maar ook een hamerachtige constructie om die snaren aan het trillen te brengen en heeft dientengevolge ook percussie-achtige eigenschappen. Het is tevens een polyfoon instrument, hetgeen wil zeggen dat er een heleboel snaren tegelijk kunnen klinken en dat ook nog over een zeer breed gebied van ruim 7 oktaven. Daarmee zou je eigenlijk kunnen zeggen dat er in die kast vol snaren een compleet orkest zit opgesloten.
Algemeen wordt gesteld dat de zegetocht van onze tegenwoordige piano ruim 300 jaar geleden aanving met de uitvinding van de inventieve Florencijnse instrumentbouwer Bartolomea Cristofori, maar er ging uiteraard wel een hele voorgeschiedenis aan vooraf. Met name in de vorm van twee onderscheiden instrumenten, het clavecimbel en de clavichord, waarbij vooral het eerste al honderden jaren in verschillende uitvoeringen zeer populair was.
Tokkelen of slaan, dat is de vraag
Het was echter een tokkel-instrument, waarbij de snaar als het ware werd geplukt door de schacht van een ganzenveer. De kracht hiervan kon niet worden gevariëerd, al kon de klank van het gehele instrument wel worden versterkt door tegelijk meerdere snaren in beweging te brengen. Een vroege voorloper hiervan was ongetwijfeld de cither (of zither) die met een soort plectrum werd bespeeld en die wel in beperkte mate de mogelijkheid van hard en zacht kende.
Ook het clavichord kende een zekere vorm van dynamiek, maar klonk vrij zacht, hetgeen de mogelijkheden evenzeer beperkte. Een andere belangrijke voorloper waarbij de snaren wél werden aangeslagen was de duizenden jaren oude 'dulcimer' of 'santur', hier ook wel 'hakkebord' geheten. Hierbij werden meerdere snaren tegelijk door een soort houten lepels beroerd. Een midden-Europese ontwikkeling leidde tot de grotere 'cimbalom' (ook in concertuitvoering met dempingspedaal).
Italiaanse, Duitse en Engelse piano's
Cristofori verkeerde in een nogal unieke positie. Hij was in dienst van Ferdinand de Medici als beheerder en reparateur van clavecimbels en spinetten. In zijn goed geoutilleerde werkplaats bedacht hij een vernuftig hamermechaniek waarvan de kracht van de aanslag zich vertaalde in een evenredig volume en dat tegelijk een repeterende aanslag mogelijk maakte. Omdat op dit nieuwe instrument zowel zacht (piano) als hard (forte) gespeeld kon worden werd het bekend als de pianoforte, later afgekort tot piano. In eigen land oogste de uitvinding weinig succes en in feite duurde het nog zo'n 70 jaar voordat er een doorbraak plaatsvond.
Vooral in Duitsland en Oostenrijk werden voortdurend verbeteringen aangebracht aan zowel het mechaniek en de verdere vorm van de piano. Het grote succes kwam echter vooral aan de andere kant van het kanaal, in Engeland tot stand. Aanvankelijk door een groep Duitse instrumentbouwers, die in plaats van het vleugelmodel kleinere vierkant piano's ontwierpen. Aan John Broadwood tenslotte de eer om zowel de kleinere piano als de concertvleugel een zodanige klankkwaliteit mee te geven dat de algemene acceptatie als volwaardig instrument een feit werd.
De moderne piano en vleugel
De rijkere klank van de Broadwood's (de keuze van Beethoven) werd verkregen door een wat tragere actie en zo ontwikkelde met name de Zuid-Duitse piano's zich in een andere richting - een helderder klank en een lichtere bediening (favoriet bij Mozart). Inmiddels werd de omvang en dus het aantal snaren gestaag uitgebreid en werd de stemming iets hoger en dit alles deed de krachten op het nog houten frame enorm oplopen. Na tal van experimenten deed daarom omstreeks 1820 het gedeeltelijke gietijzeren frame z'n intrede.
Omstreeks dezelfde tijd was het Sebastien Erard die het systeem van de repeterende actie vervolmaakte waardoor de hamers (die inmiddels ook van vilt in plaats van het uitdrogende leer waren voorzien) snel en met een goed gedoseerde kracht de snaren konden raken. Toch gebeurde het dat emotionele bespelers, waarbij iemand als Liszt berucht was, tijdens hun spel snaren en hamersteeltjes deden afbreken. Daarom ging de ontwikkeling naar steeds robuuster instrumenten voort.
De piano in Amerika
Het voorlopig slothoofdstuk voor wat betreft de piano zou echter helemaal aan de andere kant van de oceaan in de 'nieuwe wereld' geschreven worden. Als eerste fabriceerde men daar het geheel gietijzeren frame en de bekende firma Steinway in New York paste tenslotte het systeem van gekruiste snaren ook voor haar grote concertvleugels toe. Hiermee kon men de bassnaren een grotere lengte geven en werd de spanning over het frame beter verdeeld. Dit was belangrijk, want deze spanning bereikte inmiddels waarden van 20 ton!
Het enorme achterland in de Verenigde Staten en de grote behoefte aan een toegankelijk instrument leidde steeds meer tot een fabrieksmatige productie. Het werd het universele muziekinstrument bij uitstek in veel woonkamers, in de vele kerkjes op het platteland en daarnaast in vermaakshuizen, van danslokalen tot bordelen. De opkomst van de populaire ragtime, van latere pianostijlen als boogie woogie en stride en de acceptatie in de de swingbands vanaf 1920 maakte dat de pianofabrieken er op volle toeren draaiden.
De zelfspelende piano
In het innoverende klimaat van de VS werd er ook gedacht aan degenen die er geen jarenlange studie tegenaan konden gooien en zo werd, min of meer als voorloper van de gramofoon, de 'pianola' geboren, ofwel 'player piano'. Goede spelers en vaak zelfs de componisten zelf speelden daarbij de melodiën in, welke dan op een stevige papieren band werden ingeponsd. Aan de lopende band werden deze opgerolde banden dan gekopiëerd en thuis kon men ze op de 'pianola' afspelen.
Aanvankelijk werd daarbij nog veel werk gemaakt van het feit dat men bij het afspelen enigszins kon ingrijpen in de dynamiek door de luchtstroom van het pneumatische apparaat te beïnvloeden en werden er zelfs concerten gegeven met een zogenaamde bespeler, wat later liet men die pretentie maar varen. Ook al door het steeds meer automatisch vervaardigen van de pianolarollen werd het een belangrijke factor in het verspreiden van alle soorten muziek, waaronder de toen populaire ragtime-uitvoeringen van onder andere Scott Joplin. Zie het Pianola Museum...
Een piano kopen
Een piano (of vleugel) blijft het resultaat van een deels fabriekmatig, maar ook nog steeds ambachtelijk proces en het is een complex geheel van zeer veel onderdelen (bij een moderne Steinway ongeveer 24.000). Het resultaat is dat vrijwel elke piano en zeker de grotere vleugels een heel eigen karakter hebben. En er zijn onderling soms aanmerkelijke verschillen in opvatting omtrent materialen zoals lijm- en houtsoorten en de toepassing van kunststoffen. Maar ook de mechanieken kunnen in details van elkaar verschillen. De prijzen zijn niet zodanig dat je zomaar in een verloren uurtje tot aanschaf zult overgaan.
Ook al omdat piano's soms voor een bepaald klimaat worden gebouwd en zich bijvoorbeeld niet lekker voelen met centrale verwarming, is een betrouwbare levenrancier van het grootste belang en gelukkig hebben we er daarvan heel wat in ons land. Raadpleeg bijvoorbeeld de speciale Startpagina en een gedegen blad als Pianowereld. Door middel van een weinig kostend, maar zeer informatief Tipboek kun je je verder goed voorbereiden op zo'n aankoop en het daaropvolgende onderhoud.
Over de juiste stemming
De piano confronteerde ons opnieuw met een probleem dat al een tijdlang speelde: hoe dien je een polyfoon instrument te stemmen?... Dat zoiets niet eenvoudig is leert ons de geschiedenis van de verschillende stemmingen, waar grote geesten zich mee bezig hebben gehouden. Pythagoras, Simon Stevin, Christiaan Huygens, Werckmeister, Helmholtz... en Johann Sebastian Bach.
De digitale piano
Ook toen er al elektronische klavierinstrumenten verschenen bleef de piano tronen in nagenoeg alle vormen van muziek, van populair tot klassiek. Wat klankrijkdom betreft kende het inderdaad geen concurrentie, maar natuurlijk bezit de piano, zoals ook andere akoestische muziekinstrumenten, z'n beperkingen. De physieke opbouw bijvoorbeeld vergt naast de nodige lichamelijke inspanning ook zeer veel oefening. Belangrijk is daarnaast dat men nadat een noot is aangeslagen niets meer aan de klankeigenschappen kan veranderen.
Bij electronische instrumenten daarentegen fungeert het klavier als een soort 'controler' waaraan zelfs meerdere klankopwekkers kunnen worden gehangen. En de klanken kunnen ook na hun opwekking op alle mogelijke wijzen ge- en vervormd worden. Zo ongeveer luidde de gedachtengang van Stevie Wonder. Deze blinde zanger en pianist was bevriend met uitvinder Raymond Kurzweil die in 1976 een leesmachine voor blinden uitvond en die een levenslange interesse in muziek had.
Het resultaat was uiteindelijk in 1983/84 de befaamde K250, de eerste op samples gebaseerde digitale piano die door de voor die tijd bijzonder geavanceerde technieken de klank van een concertvleugel aardig wist te imiteren. Sindsdien zijn de digitale mogelijkheden nog weer enorm veel groter geworden, maar nog steeds zijn muzikanten zeer te spreken over deze eersteling, die uiteraard de nodige opvolgers kent zoals de Kurzweil K1000, K2000, K2500 tot en met de nieuwe PC2, nog steeds de overwegende keuzes van veel professionele muzikanten.
Keyboards, master-keyboards en synthesizers
Bovenstaande begrippen zijn vaak niet (meer) zo strikt gescheiden als wel lijkt en daarom leiden ze nogal eens tot de nodige verwarring. Om met het master-keyboard te beginnen, dit is geen superieur soort keyboard, maar een klavier dat verder zelf geen geluid maakt. In plaats daarvan produceert het midi-signalen en kent het een aantal extra voorzieningen om als besturingseenheid voor bijvoorbeeld meerdere instrumenten te dienen. De verschillende instellingen kunnen dan in een intern geheugen worden opgeslagen.
Een normaal keyboard daarentegen bestaat in principe uit verschillende elementen, waaronder uiteraard een klavier dat ook hier midi-boodschappen opwekt, maar deze worden intern doorverbonden met een geluidsmodule die deze omzet in digitale klanken. Tegelijk worden ook de midi-signalen naar buiten gevoerd, maar dan met over het algemeen veel minder mogelijkheden dan bij het master-keyboard. Wel bezit een keyboard vaak ook een eigen opname-mogelijkheid voor deze midi-signalen ('sequencer'), soms met een externe opslag op diskette of een Zip-drive.
De ingebouwde geluidsmodule maakt voor het grootste deel gebruik van samples van bestaande instrumenten en deze bezitten dus een redelijk natuurgetrouwe weergave. Hoe natuurgetrouw hangt voor een flink deel af van de omvang van deze samples die over het algemeen in een vaste ROM-chip (Read Only Memory) zijn opgeslagen. De samples kunnen tevens door de verdere electronica worden bewerkt, en zo kunnen er bijvoorbeeld dynamiek, galm en soms nog andere effecten aan worden toegevoegd.
Ook zijn er meestal diverse speelhulpen aangebracht waarmee een complete ritmische of zelfs complete orkestbegeleiding kan worden gegenereerd. Voor de meest gebruikelijke akkoorden zijn dan bijvoorbeeld één of twee vingers voldoende. Overeenkomstig de midi-norm zijn tenminste 128 instrumentstemmen beschikbaar, maar vaak zijn dat er in de vorm van variaties op de hoofdstemmen ('capital voices') aanmerkelijk meer. De polyfonie, d.w.z. het aantal noten dat tegelijk ten gehoren kan worden gebracht, dient tenminste 24 te bedragen.
Een synthesizer maakt zelf z'n klanken
Hoewel ook keyboards een aantal synthesizer-technieken toepassen wijkt de echte synthesizer er in zoverre van af dat deze laatste geen samples bevat maar zelf z'n klanken genereert. Dit gebeurt door middel van klankgeneratoren waarop dan een heel leger aan filters wordt losgelaten die het geluid in de gewenste vorm weten te kneden. De vele mogelijkheden leiden tot een flinke complexiteit en om de bespeler tegemoet te komen wordt daarom voorzien in een groot aantal voorinstellingen ('presets').
Nieuwere technieken omvatten ook de zogeheten 'physical modelling', waarbij als het ware computermodellen van instrumenten worden gehanteerd. Dit gebeurt dan in functionele onderdelen, dus voor een saxofoon met afzonderlijke modellen voor het mondstuk met riet en voor de buis met kleppen. Bij een viool wordt zowel het gedrag van een snaar nagebootst, maar daarbij ook dat van de strijkstok en de invloed van de manier van strijken. Op deze wijze kan een heel genuanceerde en natuurgetrouwe klank ontstaan.
Een nieuwe stagepiano van Casio
Ongeacht welk instrument men bespeeld, voor veel muzikanten - professioneel of amateur - is een piano toch het instrument bij uitstek om iets uit te proberen of om de achterliggende theorie te doorgronden. Omdat een acoustische piano redelijk duur is, veel ruimte inneemt en het nodige onderhoud vergt is het geen wonder dat men vaak z'n toevlucht nam tot een digitaal instrument. Voor betrekkelijk weinig geld is er immers een enorme keus uit allerhande 'keyboards'...
Hier gaat het bekende gezegde over de bomen en het bos in alle opzichten op, maar wie daarentegen wat serieuzer met de volle 88 toetsen aan de gang wil ziet zijn keuze echter aanmerkelijk beperkter uitvallen. Dit nog wat meer door te zoeken onder 'stage piano's': robuuste en draagbare instrumenten die een goede pianoklank koppelen aan eenvoud in de bediening. In de meeste gevallen ook voldoende om als masterkeyboard in een (kleine) studio-setup te fungeren.
Goede vertegenwoordigers in een prijsklasse rondom de duizend euro zijn de Korg SP-300, Yamaha P60 en P90 en de Roland RD 170. De verschillen betreffen de al dan niet ingebouwde versterking en luidsprekers en het aantal extra klanken naast uiteraard de verschillende voorhanden piano-achtigen. Nu, er is een nieuwe speler verschenen - hoewel, helemaal is ie nieuw natuurlijk niet, want de naam Casio is al vele jaren verbonden met het digitale muziekmaken.
Lange tijd echter vooral geassocieerd met de speelgoedsector, al probeerde men daar de laatste jaren verandering in te brengen. Onlangs echter betrad men echt het serieuze podium met een drietal nieuwe produkten, de PX 100, 300 en 500, waarvan de middelste voor ons het meest interessant oogt... Een stagepiano van 12.5 kilo met ingebouwde luidsprekers van 2x8 watt, met naast een tiental pianoklanken een complete General Midi-set en een concurrerende prijs van 750-850 euro.
Vanzelfsprekend voor deze klasse is het instrument voorzien van 88 gewogen toetsen met een pseudo hamersysteem om het in de aanslag toch enigszins op een echte piano te laten lijken. De mogelijkheid om over 128 GM-klanken te kunnen beschikken zal voor sommige doeleinden de functionaliteit vergroten omdat men deze in combinatie met de computer via midi-in kan aanspreken. Verder is de vormgeving zonder meer voorbeeldig te noemen.
De GigaPiano
De GigaPiano is een Yamaha Concert Series vleugel van ruim 15 jaar oud, toen ze nog werden gemaakt met echte ivoren toetsen. Een hogelijk gewaardeerd topinstrument. Tegelijk is de GigaPiano vluchtig als een droom en vertoont zij nog de meeste overeenkomst met een gedachte die zetelt op de harde schijf van je computer. Een verzameling bitjes in eentjes en nullen... een soort digitale dubbelganger en tevens een belangrijke doorbraak in digitale muziektechnologie. Niet in de laatste plaats omdat deze alleszins betaalbaar is.
Een redelijk snelle computer, een dito harde schijf en een goede geluidskaart, dat is wat je ervoor nodig hebt. Plus software in de vorm van het inmiddels niet meer leverbare programma GigaSampler of een van de jongere broertjes GigaStudio32 of hoger. De GigaPiano, waar het hier allemaal om gaat is bij alle genoemde pakketten inbegrepen. En dan kan het sprookje beginnen... het sprookje waarbij je met behulp van je eigen keyboard, langs de weg van normale midi-aansturing, toch de onmiskenbare kwaliteitsklanken van een vleugel van zo'n halve ton uit de luidsprkers tevoorschijn tovert.
De breuk met het verleden bestaat uit het feit dat tot voor enkele jaren een digitale piano voor z'n klanken was aangewezen op de samples die min of meer hardwarematig in z'n inwendige waren opgeslagen. En omdat dit soort geheugen redelijk duur was werden er allerlei trucjes uitgehaald om met een beperkt geheugen toch zoveel mogelijk karakteristieken van de klank weer te geven. Eén van de hiervoor toegepaste methodes is de 'loop', het in een beperkte lus blijven herhalen van een klank totdat er een verandering wordt gevraagd. Vanzelfsprekend is een letterlijke eentonigheid hiervan het resultaat.
Een gedeeltelijke oplossing werd gevonden in het principe van de SoundFonts. Let wel, dit is een 'format' en zegt dus verder niets omtrent de kwaliteit. Maar er werd wel een mogelijkheid mee geopend om op een veel flexibeler manier met de basisklanken van een instrument om te gaan. Iedereen met de mogelijkheden om digitale samples te maken vanaf een traditioneel instrument kan deze aan anderen aanbieden. Ze kunnen als normale files worden verzonden en ingeladen op de harde schijf. Voor gebruik echter worden ze in het interne geheugen geladen en zijn daarmee razendsnel aanspreekbaar.
Het principe van de GigaSampler gaat echter een flinke stap verder. Door een speciale buffertechniek is het niet langer nodig om de gehele sample in het geheugen gereed te hebben, maar kan deze blijven resideren op de harde schijf. Dit nu opent de mogelijkheid om enorme samples te benutten die alle nuances van een goed instrument hebben geregistreerd. De GigaPiano dus, waarbij aanzet en het wegsterven van de toon niet langer door digitale bewerking tot stand komt, maar helemaal, zij het in digitale vorm, van het oorspronkelijke instrument is overgenomen.
Om de klankrijkdom van een concertvleugel volledig tot z'n recht te laten komen volstaat men ook niet met één sample per toets, maar past men in elk geval verschillende samples voor hardere en zachtere aanslagen toe. Ook het gevarieerde pedaalgebruik kan worden vertaald door afzonderlijke sample-reeksen die als lagen op elkaar worden gestapeld. Bekijk het gevarieerde en grote aanbod van Michiel Post, die al eerder naam maakte met de sampling van de Steinway van het Concertgebouworkest: Post Pristine Piano (€ 75).
Het aantal sample-libraries in Giga-formaat is inmiddels overweldigend en er is letterlijk van alles te vinden, van koper- en houtblaasinstrumenten (onder midi altijd een beetje stiefkind), veel percussie, gitaren en orgels. Maar ook harpen, doedelzakken, allerlei soorten piano's (waaronder de duurste Steinwayvleugel) en het fameuze B3 Hammondorgel. Verder is er uiteraard ook de gehele General Midi-reeks in Giga-formaat uitgebracht en wel in twee uitvoeringen (GM150 en GM500). Een ware metamorfose voor je oude, vertrouwde keyboard...
Buiten de 'officiële' libraries zijn er natuurlijk ook veel als hobby gemaakte samples op het web te vinden. Omdat men dan over het algemeen niet over de hoogste kwaliteit aan microfoons en verdere apparatuur kan beschikken zal het allemaal wel een tandje minder zijn, maar dat hoeft niet altijd een bezwaar te zijn. Een didgeridoo vraagt niet direct een studiomicrofoon uit de hoogste klasse. Ook dit is weer een heerlijk gebied om met elkaar resultaten uit te wisselen en problemen te bespreken en zo bestaat er een Gigasampler/GigaStudio Users Network.
Naast softwarematige synthesizers zijn er inmiddels ook meer programma's verschenen die op eenzelfde soort principe als GigaSampler/Studio zijn gebaseerd, met als bekendste 'Halion' van de firma Steinberg en 'Kontakt' van Native Instruments. Wie verder uitgebreide technische besprekingen zoekt over alles wat maar met muzieksoft- en hardware heeft te maken kan verder uitstekend terecht bij het muziek & computer vakblad 'Interface'.
Aint't it Grand!
Door vaste bezoeker Rob de Klerk werd ik opmerkzaam gemaakt op het briljante artikel van David Rubin getiteld 'Aint't it Grand!'. Voortbordurend op de historische context wordt tot in details de werking van een piano en vleugel uit de doeken gedaan en wordt aangegeven welke problemen men tegenkomt wanneer men dit alles in digitale vorm wenst te gieten. Er is tevens, uiteraard in het Engels, voorzien in een begrippenlijst voor de onderdelen van het instrument en een uistekend (en inmiddels omvangrijk) overzicht van beschikbare sample-bibliotheken.
De geboorte van een Steinway
Niet ontkend kan worden dat van alle grote pianomerken speciaal 'Steinway & Sons' een mythische uitstraling heeft gekregen. Feit daarbij is ook, en dat wordt keer op keer bevestigd door de bespelers, dat elke vleugel toch zijn eigen karakter meekrijgt. Waaruit dat precies voortkomt blijft een mysterie, aangezien het dezelfde mensen zijn die in 8 maanden tijd dezelfde houtsoorten, pennen, hamers, snaren en toetsen tot eenzelfde geheel samenstellen. In een artikel in de New York Times werd het gehele bouwproces van een concertvleugel, nummer K0862, op de voet gevolgd. Helaas is het betreffende artikel inmiddels van hun website verwijderd, maar ook op de site van Steinway zelf is dit wordingsproces te volgen.