De saxofoon is een uniek muziekinstrument in de zin dat het ruim 150 jaar geleden door één enkele geniale man, de Belg Adolphe Sax, werd uitgevonden. Hij bleek, evenals zijn vader (die hofinstrumentmaker voor Nederland was), al jong een uitmuntend en innovatief muziekinstrumentmaker, die grote ervaring had opgedaan met het bouwen van koperinstrumenten en klarinetten en hij had eerder ook al de basklarinet ontworpen. Het bijzondere aan de saxofoon is de conische boring die het de heel specifieke klank- en speel-eigenschappen verleen.
De saxofoon was oorspronkelijk bedoeld als een waardig (en vooral luidklinkend) lid van de militaire orkesten en zo werden in het begin dan ook vooral de grootste familieleden gepropageerd. De oorspronkelijke patentaanvraag omvatte maar liefst veertien verschillende instrumenten, met uiteenlopende stemmingen. Geleidelijk ontstond daaruit echter de saxofoonfamilie zoals we die nog steeds kennen: sopraan, alt, tenor, bariton en de weinig voorkomende bas. Aan beide uiteinden vinden we dan ook nog de steeds zeldzamer sopranino en de enorme contra-bas. De stemming is tegenwoordig afwisselend Bes en Es.
Behalve in de openlucht wilde Adolphe Sax zijn instrument toch ook graag in de concertzaal laten horen en hij had belangrijke componisten uit zijn tijd, zoals Donizetti en Berlioz, als medestanders. Helaas bleken de muzikanten in zijn tijd een behoudend volkje en niet alleen dat zij pertinent weigerden op zo'n rare toeter te spelen, ze wensten er zelfs niet naar te luisteren. Ook bij een grote demonstratie midden in Parijs en voor een publiek van 25.000 mensen kwamen zeven van de ingehuurde muzikanten niet opdagen en bespeelde Adolphe ze om de beurt maar zelf. Het publiek reageerde razend enthousiast en korte tijd later werden zijn instrumenten voor alle Franse militaire bands verplicht.
De saxofoon is in veel opzichten een bijzonder instrument en de schrijver van het boek 'The Devil's Horn' vangt als het ware een spirituele zoektocht aan naar het wezen van dit uitzonderlijke geesteskind van Adolphe Sax. Een 'queeste' als naar de heilige graal, met alle vervoeringen en duistere kanten van dien. Verteld echter in een sobere maar warme schrijfstijl met tussen de bedrijven door een heleboel feiten over de saxofoon zoals die naar boven komen in gesprekken met bespelers, reparateurs en natuurlijk bevlogenen zoals hijzelf...
De saxofoon is niet alleen de geniale uitvinding van de grote Adolphe Sax en een instrument dat veel mensen tot de verbeelding spreekt, maar de theorie erachter is minstens zo boeiend voor degenen die zich daar een beetje in kunnen inleven. Door de opzet als een conisch gevormd enkel-rietinstrument is de geluidsvorming uitermate complex en dat weerspiegelt zich vooral heel sterk in het mondstuk. Marten Postma heeft heeft dit jarenlang bestudeerd en hierover een fantastische en verhelderende website - Saxofoonmondstukken & saxofoons - samengesteld die voor belangstellenden leest als een trein. Een soort Da Vincicode voor de saxofoon...
Hoewel Adolphe Sax oorspronkelijk in wel 11 verschillende saxofoons voorzag zijn daar vooral om praktische redenen tenslotte een vijftal van overgebleven. Eigenlijk zeven wanneer je de al lang niet meer geproduceerde C-melody meetelt en de weinig voorkomende sopranino. Deze laatste vond eigenlijk alleen maar toepassing in militaire orkesten, waar men kennelijk behoefte had aan zo'n hooggestemd instrument. Ook het grootste lid van de familie, de bassaxofoon, komt niet zoveel voor, maar kent toch nog een redelijk aantal bespelers, ook in ons land.
Er is een fraaie oplossing voor altsaxofonisten die bijvoorbeeld in een gehorige flat wonen en toch voluit willen studeren: de e-Sax. Dit is een door de Japanse firma Bast Brass geproduceerder koffer met dempingsmateriaal waarin de saxofoon precies past. Het mondstuk steekt er natuurlijk uit en de kleppen zijn te bedienen via neopreen sleuven. Het geluid naar de buitenwereld wordt ermee teruggebracht tot een soort gefluister, terwijl men zichzelf hoort via een hoge kwaliteit koptelefoon.
Goedkoop is deze e-Sax niet... voor 595 euro (exclusief saxofoon!) zagen we hem bij Amsterdam Winds. Natuurlijk zou je ook een flinke kast met behulp van noppenschuim vrijwel geluiddicht kunnen maken. Om het daar in de zomer echter langer dan tien minuten in uit te houden heb je gegarandeerd air-conditioning nodig en dan kom je waarschijnlijk op ongeveer eenzelfde bedrag uit...
Even afgezien van het feit dat voor de meeste mensen een goede leraar als stok achter de deur essentieel zal blijken en dat je zonder een goede begeleiding ook makkelijk verkeerde gewoontes aanleert, doet Alastair Ingram met zijn website Saxlessons.com een uitstekende gooi naar het predikaat van meest lesvaardige site. Uitgebreide informatie over zaken als houding, embouchure en ademhaling, dagelijkse oefenschema's en de benodigde theorie in een serie van maar liefst 44 lessen. Er worden tevens twee 'play along'-nummers aangeboden en additionele informatie zoals een overzicht van toonladders en een overzichtelijke grepentabel.
Het is een in alle opzichten sympathieke website die trouwens ook een informatief forum kent waarop allerlei vragen kunnen worden gesteld. Gratis lessen? Dat zijn ze in feite wel, maar de maker verzoekt via het veilige 'Amazon Honor-Systeem' om een vrijwillige bijdrage van nominaal 2 dollar voor degenen die zijn lessen ter harte nemen. En dat is natuurlijk in alle opzichten een schijntje. Michael Furstner uit Australië vraagt voor zijn saxofooninstructie-cd 34 dollar, maar ook op zijn informatieve site is een heleboel op te steken, samen met een aantal gratis lessen. En met leuke illustraties...
Saxofonisten hebben onderling eigenlijk altijd gesprekken over hetzelfde onderwerp: saxofoons. En natuurlijk over mondstukken en rieten. Zaken die bijvoorbeeld een fluitist, inderdaad, geen fluit interesseren - een pianist trouwens ook niet. Het is dan ook niet meer dan logisch dat er ook in Nederland een uitgebreid forum werd opgezet dat uitsluitend voor saxofonisten is bedoeld. Natuurlijk mogen ook anderen er een kijkje nemen, maar hun zal het toch zo ongeveer te moede zijn alsof ze op een symposium van astro-fysici terecht zijn gekomen.
Er wordt wel geschreven over het ideale materiaal waarvan een saxofoon gemaakt zou kunnen worden. In werkelijkehijd doet het er betrekkelijk weinig toe, zoals vader Sax als muziekinstrumentmaker in Dinant al in het begin van de 19de eeuw constateerde. Ook zoon Adolphe hanteerde dit gegeven toen hij, vanwege het in het pré-electrische tijdperk noodzakelijke volume, grote rietinstrumenten ging ontwerpen. Dat werd dus de saxofoon-familie...
Daarbij stonden hem aanvankelijk vooral een bariton en een bas-uitvoering (zie foto) voor ogen en de enige manier om deze 'houtblaasinstrumenten' in de gewenste afmetingen te vervaardigen was om een sterke, maar betrekkelijk eenvoudig bewerkbare messinglegering toe te passen. Alleen hiermee was toendertijd de complexe conische vorm mogelijk en dit heeft zich tot onze tijd gehandhaafd. Natuurlijk heeft het gekozen materiaal toch wel enige invloed, omdat de vrij sterke trillingen die in de buis worden opgewekt deze meer of minder doen meetrillen.
Dat meetrillen zal bovendien niet bij elke frequentie even groot zijn en ook op de plaatsen waar door de applicatuur, het systeem van kleppen, assen en staanders, een sterke verstijving optreedt zullen trillingen eerder worden gedempt. Hier speelt trouwens ook de afwerking een rol, waarbij het hardere zilver over het algemeen een wat helderder klank heet voort te brengen dan goud of de gebruikelijke laklagen. In feite zou men kunnen stellen dat de body van het instrument, samen met alle genoemde variabelen, als een effectief acoustisch filter voor de grondtoon fungeert.
Het is in eerste instantie het riet dat deze basistoon voortbrengt, waarbij het mondstuk echter een goede tweede vormt omdat dit de uitslag en de beperkingen ervan bepaalt en zo tevens de efficiency. De krachten die op een mondstuk inwerken moet je daarbij niet onderschatten - in feite wordt duizenden malen per seconde het riet heen en weer geslingerd en daarbij onzacht tegen de tip en de rails van het mondstuk gesmakt. Het is bijna onontkoombaar dat er plaatselijke vervormingen kunnen optreden en dus speelt hier materiaalkeuze, samen met de vorm, een zekere rol.
Het is echter van belang in te zien dat verder vrijwel uitsluitend de boring van het instrument bepaalt welke boventonen en dus ook wat je als kenmerkend geluid te horen krijgt. Het verschil tussen een klarinet en een saxofoon bijvoorbeeld is dat de eerstgenoemde grotendeels een cylindrische boring bezit en de saxofoon een conische. Dit gegeven bepaalt, samen met de lengte van de buis waar zich de buiken (de plaats waar de lucht het meest in beweging is) en de knopen (de plaats waar de lucht in rust is) zullen ontstaan.
Wordt een toongat geopend dan zal op die plaats een eerdere knoop een buik kunnen worden, maar het is duidelijk dat zo'n toongat zich dan wel precies op de juiste plaats dient te bevinden. Is dat niet het geval dan zal de toon niet echt goed klinken, maar mat en voos en misschien zelfs echt vals. Daarbij speelt echter ook de grootte van het gat zelf en de afstand tot de geopende klep een rol. En verder is ook een goede afdichting van de polster en de toepassing van een resonantieplaatje van invloed.
Er is weliswaar nog een belangrijke factor en dat is of de buis aan één kant gesloten is (zoals bij rietinstrumenten) of aan beide kanten open zoals bijvoorbeeld een dwarsfluit, maar we beperken ons hier tot de saxofoon. De grootste invloed kun je verwachten van de delen die direct aan het mondstuk grenzen zoals de nek en om die reden worden ook wel speciale zilveren nekken toegepast. Hier is trouwens ook iets merkwaardigs aan de hand door de traditionele manier waarop het mondstuk is bevestigd.
Omdat dit over het kurk van de hals wordt geschoven ontmoet de ingeblazen lucht een obstakel in de vorm van een vrij dikke ring en het kan haast niet anders of de lucht raakt hier in een flinke werveling met onvoorspelbare gevolgen. Met moderne constructiemethoden zou dit probleem beslist op te lossen zijn, maar
dat zou meteen ook aan alle bestaande mondstukken en instrumenten voorbijgaan. De geheel nieuw geconcipieerde saxofoon van Jim Schmidt is zo'n instrument, dat bovendien ook een totaal andere speelwijze vergt.
Een aardige illustratie van het feit dat het materiaal van een saxofoon er maar weinig toe doet zijn de merkwaardige saxofoons die uit bamboe worden gemaakt. Een ander materiaal dat niet direct voor de hand ligt is PVC-pijp, waarmee ook klarinet- en schalmei-achtige instrumenten en natuurlijk dwars- en panfluiten kunnen worden vervaardigd. Befaamd is verder de uit de 50er jaren afkomstige Grafton-alt uit acryl waarmee o.a. Charlie Parker en Ornette Coleman ooit de wereld wisten te verbazen.
Als laatste, maar zeker niet de minste factor moeten we natuurlijk de bespeler noemen, die juist bij een flexibel blaasinstrument als de saxofoon zo'n grote inbreng heeft. En dit vooral in de jazz waar je al na een paar noten weet of het Coleman Hawkins, Lester Young, John Coltrane of Ben Webster is die je hoort. Het is juist dit karakter dat de saxofoon tot zo'n uniek instrument maakt en het is treurig te bedenken dat Adolphe Sax dit weliswaar allemaal heeft bedacht, maar de grote triomftocht van zijn geniale uitvinding niet meer heeft kunnen meemaken...
De naam gaat terug op Gus Buescher die al in 1888 als uit Duitsland afkomstige instrumentbouwer voor de C.G. Conn Company de eerste Amerikaanse saxofoon realiseerde. Al snel daarna richtte hij zijn eigen bedrijf op. Grote populariteit verkreeg de 'True Tone' uit 1920 en 'The Aristocrat' uit 1940. De '400' ontstond omstreeks diezelfde tijd en wordt gekenmerkt door de unieke 'underslung' octaafklep, de ruime, fraai gestyleerde en gegraveerde beker en de inschroefbare 'Norton'-veren om de kleppen op spanning te houden. Uit de 50er jaren stamt ook de trend om deze kleppen te vernikkelen. Het bedrijf werd in 1963 door Selmer overgenomen.
De Amerikaanse instrumenten kenmerkten zich in het algemeen door een wat grotere toon en dat element trad vooral op de voorgrond toen de saxofoon een vast bestanddeel ging uitmaken van de bigbands en zij de status van dominerend solo-instrument verkregen. Vooral de tenorsaxofoon nam hierbij een hechte positie in en kon zowel krijsen en grommen als een mooie warme toon voortbrengen. Voor een flink deel werd dit ook veroorzaakt doordat men andere (waaronder ook metalen) mondstukken ging toepassen. Ook ontstonden er naast de jazz rauwere speelstijlen in het rhythm & blues en rock-idoom.
Zet twee saxofonisten bij elkaar en tien tegen één dat ze het binnen vijf minuten over mondstukken hebben. Waarbij je er staat op kunt maken dat ze het niet met elkaar eens zullen zijn over dit zo essentiële onderdeel van hun geliefde instrument. Hoe komt dat? Je zou zo zeggen dat we in deze tijd van computergestuurd ontwerpen en fabriceren er toch in konden slagen om het perfecte mondstuk voor iedereen te produceren. Misschien, maar dan moet je natuurlijk wel eerst weten wat dat perfecte mondstuk inhoudt. En gezien het grote aantal variabelen en persoonlijke voorkeuren is het zeer de vraag of we dat ooit voor elkaar krijgen...
Samen met het mondstuk is een goed spelend riet voor elke saxofonist of klarinettist van het allergrootste belang. In feite wordt de toon als zodanig vooral door die combinatie bepaald, uiteraard samen met de speler, die de benodigde lucht, de embouchure en de specifieke aansturing levert. De rest van het instrument zorgt weliswaar mede voor een juiste stemming - uiteraard belangrijk genoeg - maar wat betreft de klankkleur zijn het veeleer verschuivingen binnen een al bestaande omvang en vormt dus vooral een soort filter.
Sinds Adolphe Sax omstreeks 1846 de saxofoon als nieuw muziekinstrument uitvond is daar natuurlijk nog wel het een en ander aan gesleuteld met als belangrijkste toevoeging waarschijnlijk de automatisch oktaafklep die pas omstreeks zijn dood in 1894 geleidelijk toepassing vond. Het waren meestal vooral technische verbeteringen in het overbrengingsmechanisme en extra compensatie- en toonkleppen om het register naar boven toe iets uit te breiden. Plaats en basisvorm van de toongaten bleef in 150 jaar echter vrijwel ongewijzigd - totdat er in onze tijd een nieuwe uitvinder opstaat die het allemaal echt anders wil doen, de Amerikaan Jim Schmidt.
Deze bezeten en begenadigd instrumentmaker, fluitist en saxofonist heeft naast het (om)bouwen van racemotoren zich vooral bezig gehouden met het constant verbeteren van zowel de fluit als de saxofoon. Zijn primaire uitgangspunt was om een oplossing te vinden voor de vele onregelmatigheden bij de toonvorming die het gevolg zijn van de oorspronkelijke Böhm-layout. Nu eens niet door opnieuw op het bestaande systeem te variëren, maar door met behulp van nauwkeurige computerberekeningen een fundamenteel andere opzet van de toongaten voor te staan en daarmee natuurlijk ook van de speelwijze.
Hij bouwde het bestaande saxofoonconcept daartoe om tot een chromatisch instrument waarbij alle twaalf tonen opeenvolgend kunnen worden gespeeld door het opeenvolgend oplichten (naar boven) of plaatsen (naar beneden) van een vinger. Het is duidelijk dat het Schmidt-systeem het bespelen van een saxofoon tot een totaal andere ervaring maakt - het is alsof je de toetsenbordlayout van schrijfmachine en computer drastisch veranderd. Dat laatste is inderdaad herhaaldelijk gebeurd, maar ondanks de vaak opzienbarende verbeteringen met bitter weinig succes. Is de Schmidt-saxofoon eenzelfde lot beschoren? De toekomst moet het leren...
Jammer genoeg is het niet eenvoudig om de proef op de som te nemen, want alle instrumenten worden door Jim Schmidt volledig met de hand gebouwd en daarmee is al gauw een jaartje gemoeid. Ze bezitten dientengevolge ook een prijskaartje van tenminste $8000 (in de messing-uitvoering met een roestvrij stalen mechaniek). Tegen een meerprijs van $500 kan het rechte deel van de body ook in massief Sterling zilver worden uitgevoerd. De foto's laten daarbij een overtuigend mooi instrument zien dat tot in alle details met liefde en superieure materiaalbeheersing gemaakt lijkt te zijn.
Wie meer over het instrument en z'n bouwer wil weten kan natuurlijk het beste zijn eigen website bezoeken met uitgebreide beschrijvingen, technische details en prachtig fotomateriaal. Onnodig te zeggen dat Jim ook over mondstukken zo zijn eigen ideeën heeft en ook hier ziet het resultaat er eveneens prachtig uit, met o.a. een ruime kamer en een vloeiende overgang naar de hals. Hier bevindt zich tevens een massief blok messing om ongewenste trillingen tegen te gaan.
De Schmidt-saxofoon is zowel in alt- als tenoruitvoering leverbaar, met een opvallende nieuwe tussenvorm in een C-stemming, de 'Contralto' die dus tussen een alt en een tenor in staat. Door een ruimere boring gaat de vergelijking met de Amerikaanse 'C-melody' niet helemaal op en de klank is, afgaand op eerdere mp3-voorbeelden die ik via zijn website kon beluisteren, erg mooi. Luister voor het meer rauwe werk eens naar zijn 'S.O.B. Special' op Mp3.com waarin de mogelijkheden van zijn Contralto goed te beluisteren zijn.