Instrumenten Vibrafoon Welluidend slaan... de vibrafoon | Belangrijke vibrafoonspelers | Frits Landesbergen, een Nederlandse swinger

De vibrafoon (door een bepaalde fabrikant ook wel 'vibraharp' genoemd, hetgeen een stuk deftiger klinkt, maar precies hetzelfde is) bestaat in principe uit twee rijen metalen klankstaven die zijn gerangschikt als de witte en zwarte toetsen van een piano. Het bereik is doorgaans drie oktaven. Ze worden aangeslagen door met vilt omwikkelde stokken, 'mallets' genoemd - in elke hand één of twee. In dat laatste geval kunnen dus ook complete akkoorden worden gevoermd. Onder de klankstaven bevinden zich nauwkeurig afgestemde metalen resonantiebuizen die het geluid versterken.
Tot zover vertoont de vibrafoon veel overeenkomst met de xylofoon en de marimba, zij het dan dat deze laatste twee van houten klankstaven zijn voorzien. Het bijzondere van de vibrafoon is verder dat hier de buizen zijn afgesloten met ronde klepjes die - aangedreven door een electromotortje - ronddraaien. Daardoor worden deze buizen beurtelings gesloten en opengezet waardoor het typerende vibrerende wah-wah geluid ontstaat waaraan het instrument zijn naam ontleent. De mate van dit vibrato kan worden geregeld door de draaisnelheid van de klepjes te variëren.
Door het materiaal en de vorm van de klankstaven blijven deze redelijk lang doorklinken en daarom is er tevens voorzien in een dempermechanisme dat met behulp van een grote voetpedaal kan worden ingeschakeld. Het is duidelijk dat de manier van aanslaan eveneens invloed heeft op de klank en verder wordt deze vooral bepaald door de snelheid van de draaiende afsluitklepjes. Omdat de verschillende bespelers ieder zo hun eigen instellingen maken zijn ze over het algemeen ook al door de verschillende klankkleur goed van elkaar te onderscheiden. Ook de verdere techniek kan natuurlijk erg verschillende zijn.
Over het algemeen zal de directe klank toch wat te zwak zijn en moet deze worden versterkt door middel van microfoons of met een pickup-systeem onder elke klankstaaf. In het eerste geval past men twee vrij richtinggevoelige microfoons toe die onder een hoek van 45 graden boven het instrument worden opgesteld. Hierbij komt echter al snel het gevaar van rondzingen om de hoek kijken - waarbij het geluid uit de luidsprekers via de klankstaven en microfoons steeds verder wordt versterkt, met als resulaat een loeiend geluid. Met de pickup-methode loop je dit gevaar niet of in elk geval veel minder.
De vibrafoon is in de handen van een vaardige speler een geweldig instrument, maar door het vele handwerk helaas ook behoorlijk prijzig. Reken op zo'n 7500-10000 euro bij nieuwkoop. Tot de bekendere merken horen Musser, Yamaha en Saito. Ook zal het niet meevallen om een leraar te vinden, in elk geval is die kans bij de plaatselijke muziekschool bijzonder klein. Zelfs bij de conservatoria is het eerder een ondergeschoven kindje als onderdeel van de percussie-instrumenten. Daarnaast is een redelijke pianovaardigheid natuurlijk zonder meer een pré.
Op het internet trof ik zowaar ook een online cursus 'vibrafoon' in drie opeenvolgende delen: Getting Started, Beyond Basics en Onward Upward. Elk van de delen kost 180 dollar en omtrent de kwaliteit heb ik geen idee. Aan de andere kant is een 150 euro als eerste stap natuurlijk peanuts in vergelijking met zo'n 8000 euro voor een nieuw instrument. Voor de hand liggend is om de instelling 'vibrafoon' van je keyboard eens te proberen, maar dan ontdek je dat het inderdaad geen toets-instrument is maar een uniek (melodisch) slaginstrument.
Wie vibrafoon zegt denkt haast automatisch aan de legendarische Lionel Hampton - zie het uitgebreide verhaal over hem op deze website. Deze zette het instrument definitief op de kaart als een uiterst swingend jazzinstrument. Hij werd ontdekt door Benny Goodman, die ook vibrafonisten als Red Norvo en Terry Gibbs engageerde. Van eenzelfde generatie is pionier Adrian Rollini - die daarnaast grote bekendheid verwierf op bassaxofoon. De jongere Terry Gibbs en Milt Jackson markeerden de overgang van de swing naar de bebop...
Milt Jackson met name is een muzikale gigant die ten volle gebruik wist te maken van de vele klankmogelijkheden van de vibrafoon. Hij kon zowel teder zwevend als direct attaquerend klinken en in de boeiende combinatie van het Modern Jazz Quartet heeft hij, samen met pianist John Lewis (plus bas en drums), zo'n veertig jaar muziekgeschiedenis geschreven. Tot de modernere bespelers behoren Gary Burton en Bobby Hutcherson, met Victor Feldman voor het wat lichtvoetiger werk. Terwijl Cal Tjader niet ongenoemd mag blijven als een pionier op het gebied van de latinjazz.
Hier volgen twee korte fragmenten van de grootmeesters van de vibrafoon. De weergave wordt gestart door op het pijltje te drukken en kan door hernieuwd drukken weer worden gestopt.
| Flying Home / Lionel Hampton |
| Willow Weep For Me / Milt Jackson |
Ook ons land herbergt een kei van een vibrafonist, Frits Landesbergen... Vanaf het moment dat hij in 1985 'cum laude' afstudeerde bij het Amsterdams Sweelinck Conservatorium won hij prestigieuze prijzen zoals de Wessel Ilckenprijs, de Pall Mall Swing Award en de AVRO Cultuurprijs. En ook over werk had hij niet te klagen en zo speelde hij met Madeline Bell, Louis van Dijk, Toots Thielemans, Milt Jackson, Monty Alexander, Scott Hamilton, Buddy de Franco, Joe Pass en vele anderen.
Als leider van zijn eigen ensembles produceerde hij tot nu toe 7 cd's, terwijl hij als sideman aan zo'n 90 andere albums meewerkte. Bekend zijn verder zijn theatertournees met Louis van Dijk, Cor Bakker, Madeline Bell en Monty Alexander. Frits is trouwens niet alleen een meester op de vibrafoon, maar ook een uitstekend drummer, arrangeur... en pianist, zoals op zijn nieuwste cd 'Just Me' is te horen, waar hij behalve de bas alle partijen voor zijn rekening neemt. Tenslotte is hij ook nog docent aan het Haagse Conservatorium.