Naast de nieuwe liefhebbers van 'vinyl' zijn er ook veel mensen die naast hun cd's ook - vaak in een vergeten hoekje op de zolder - een stapeltje oude langspeelplaten koesteren. Immers, wat je indertijd met zoveel liefde bij elkaar hebt gebracht gooi je niet zo maar bij het oud vuil. Hoog tijd om de muziek daarop wat toegankelijker te maken door er cd's van te branden, mogelijk zelfs in gecomprimeerde vorm. Maar hoe pak je dat het beste aan?..
Het zal in elk geval de nodige tijd kosten, want we kunnen de muziek uitsluitend in ‘single speed' overzetten. En ook de nodige restauraties, zoals het verwijderen van tikken en storende ruis, zullen vaak extra tijd kosten. Daarom is een goede werkopzet belangrijk, met zowel de platen, een afspeler als de computer direct onder handbereik. Ook een klein (analoog) mengpaneel blijkt in de praktijk van grote waarde te zijn en bevordert zowel prettig werken als de kwaliteit. Pas op voor de zogenaamde '50 Hz brom' die meestal te wijten is aan 'aardlussen'. Deze ontstaan omdat het geheel op verschillende plaatsen met de voedings-nulleider (= aarde) is verbonden. De remedie is om al uw voeding te betrekken uit één (goed geaard) stopcontact.
Het pickup-element van een platenspeler kan niet rechtstreeks op de ingang van een geluidskaart of mengpaneel worden aangesloten. Ten eerste is er vanwege de lage uitgangsspanning van het pickup-element een extra versterking nodig, maar ook dient de frequentiekarakteristiek fors aangepast te worden door een speciale filterschakeling. Deze zogeheten RIAA-compensatie is noodzakelijk om de vervorming bij het snijden van de oorspronkelijke groeven weer teniet te doen. Tussenschakeling van een speciale voorversterker of een universele hoofdversterker met een ingang 'phono' is hier noodzakelijk. De lijnuitgang hiervan (soms ook 'monitor' genoemd) gaat dan naar de computer/geluidskaart-lijningang.
Ontontbeerlijk voor het hele proces is een geluidskaart met zijn mogelijkheid om analoog geluid naar digitaal om te zetten. En dat niet alle geluidskaarten gelijk zijn manifesteert zich in de prijs - zo zijn er van € 10 en van € 1000, waarbij het zeker niet wil zeggen dat de laatste dan ook 100 maal beter zal klinken. Zelfs een tegenwoordig vaak op het moederbord ingebouwde audio-chip als van CMedia biedt een kwalitatief goede A/D en D/A omzetting met een voor modaal gebruik uitstekend ruis- en vervormingsniveau. Neem in elk geval de tijd om de beste instellingen uit te zoeken en noteer die.
Een potentiële valkuil wordt gevormd door oversturing van het ingangssignaal. Vooral degenen die ervaring opdeden met het analoog opnemen van (casette)banden weten dat je daarbij op een zo hoog mogelijk niveau opneemt en dat een zekere oversturing van het signaal nauwelijks gevolgen heeft. Magnetische registratie kent namelijk een grote tolerantie. Maar in de digitale wereld kun je dit vergeten: elke oversturing - waarbij men dus in het ‘rode bereik' terecht komt - wordt direct afgestraft met extreme, niet meer terug te draaien vervorming. Blijf dus onder de rode grens van de niveaumeter op het scherm (met een gemiddeld niveau op zo'n -16 dB) en 'proefluister' eerst een opname.
Het vinyl dat voor de lp's werd gebruikt werd weliswaar enigszins anti-statisch gemaakt, maar zeker als platen niet meteen in de hoes werden opgeborgen kreeg stof toch vat op ze. Dat verzamelde zich met name in de diepere groeven en werd door opvolgende afspeelsessies er als het ware in vastgeplakt. Daar zijn indertijd verschillende remedies voor ontwikkeld met (soms geaarde) borsteltjes, al dan niet in combinatie met vloeistoffen - vaak isopropylalcohol. Het doel hiervan was om eendeels het vettige stof los te weken, maar ook om statische lading tegen te gaan. Bij grote droogte, vooral in de winter, kon dit veel kraken en tikken veroorzaken.
Veel van deze hulpmiddelen zijn tegenwoordig niet of moeilijk meer verkrijgbaar, maar het genoemde isopropylalcohol is bij elke apotheek te koop en het voor één keer overdadig toepassen ervan is een goede mogelijkheid. Is een plaat erg vuil dan is eerst een sopje op z'n plaats, gewoon met een - niet agressief - afwasmiddel. Laat maar lekker inweken en veeg daarna voorzichtig een zachte borstel met de groeven mee. Voor echt grijsgedraaide platen passen sommigen een erg drastische methode toe... ze bedekken de hele plaat met een film van glycerine - in feite ook een alcohol, maar dan een stroperige. Het helpt ontegenzeggelijk tegen de ruis, maar daarna kun je waarschijnlijk je plaat weggooien.
Er bestaat gelukkig software die de inherente problemen van langspeelplaten ingrijpend weet te compenseren. Vroeger was dit voorbehouden aan zeer specialistische programma's die een vermogen kostten, maar tegenwoordig is Music Cleaning Lab deLuxe van Magix het wondermiddel dat vrijwel automatisch geweldige resultaten weet te boeken. Zonder de originele opnamen aan te tasten worden de correcties berekend en in een nieuwe file worden opgeslagen of direct vanuit het programma gebrand in een audio-cd. Ook voor het overzetten van bandopnamen naar cd is het programma uitstekend geschikt.En dat voor slechts 40 euro (inclusief kabel)...
Eén van de bezwaren die wel tegen de audio-cd wordt aangevoerd is dat ze tussen de muziek in zo stil zijn... nou, daar heb je bij een vinyl-lp bepaald geen last van. Er is altijd wel de nodige ruis hoorbaar, meestal zozeer dat men dat graag wil beperken. Afgezien van de hierboven genoemde maatregelen helpen dan specifieke ruisfilters, waarvan de effectiviteit vanzelfsprekend afhangt van de mate waarin men erin slaagt het specifieke 'ruisspectrum' uit te filteren. Daarbij is het oppassen dat niet tegelijk een deel van de hoge tonen verloren gaat. De hierboven genoemde software kent verschillende manieren om hier mee om te gaan.
Daartoe worden effecten toegepast als DeHisser, DeNoiser, DeClicker en DeCrackle. Een ander veel voorkomend euvel zijn de tikken die door physieke beschadiging worden veroorzaakt. Zij zijn in de grafische weergave van de geluidsfile herkenbaar als duidelijke 'spikes' en voor zover ze niet automatisch worden verwijderd kan dit ook handmatig gebeuren door er als het ware kleine stukjes tussenuit te knippen. Tenslotte vindt een soort mastering plaats waarbij de brilliance en de dynamiek van de opname aanmerkelijk verbeterd kan worden.
De nieuwere brandsoftware ondersteunt meestal ook uitstekend het branden van audio-cd's en dat is zeker het geval bij het populaire Nero. Maar zoals gezegd kan men ook direct vanuit Cleaning Lab branden. Men heeft de keuze uit het branden van een cd-rom met gecomprimeerde mp3-files (of andere compressieformaten zoals Ogg Vorbis) of het maken van een echte audio-cd. De laatste heeft het voordeel dat er geen compromis hoeft te worden gesloten omtrent de kwaliteit en dat de cd gewoon in elke audio cd-speler kan worden afgespeeld.
Het heeft daarbij overigens geen enkele zin om de speciale, dure audio-cdr's te gebruiken, want die verschillen technisch in geen enkel opzicht van de 'normale'. Wel blijken er de nodige kwaliteitsverschillen te zijn tussen de verschillende merken. Vanwege de zekerheid brand ik ook niet op hoge snelheden - weliswaar zijn de berichten hierover niet eensluidend, maar zelfs met de door mij gehanteerde brandsnelheid van 4X is dat onderdeel na ruim een uur voorbereidend werk toch in slechts een kwartiertje gepiept en dat is dan tegelijk een welverdiende koffiepauze.